Pasen wordt gevierd op de eerste zondag na de "kerkelijke" volle maan die op of na 21 maart valt. De kerk is altijd uitgegaan van een vereenvoudigde berekening met de gemiddelde posities van zon en maan en 21 maart als vaste datum voor het begin van de lente. Paaszondag valt ongeveer in het midden van de jaarlijkse paascyclus en bepaalt ook wanneer de andere kerkelijke feestdagen binnen deze cyclus vallen. Het voorjaar, wanneer Pasen wordt gevierd, kent sterk wisselende weersomstamdigheden. Omdat ook de Paasdata wisselen kan het weer met Pasen van jaar tot jaar sterk verschillen en zowel een zomers als een winters karakter hebben.