De aangevoerde lucht kan warm of koud zijn, vochtig of droog en kan bewolking bevatten waar neerslag uitvalt. Als een enorme hoeveelheid lucht kans ziet om lange tijd op dezelfde plaats te blijven en over een gebied met een omvang van minstens enkele honderden kilometers overal dezelfde eigenschappen heeft (met name in vocht en temperatuur), dan ontstaat er een luchtsoort of luchtmassa. De belangrijkste luchtsoorten voor het noordelijk halfrond zijn: - arctische lucht (koude lucht) - polaire lucht  (koude lucht) - tropische lucht  warme lucht) - gematigde lucht (relatief warme lucht). Verandering van eigenschappen van luchtmassa's treden op door verplaatsing boven zee, land, een warm oppervlak of een koud oppervlak. Meteorologen en onderzoekers kunnen met behulp van een trajectoriënmodel berekenen waar de lucht vandaan komt en hoe die gaandeweg verandert. Met behulp van computers wordt nauwkeurig uitgerekend welke weg de bewegende lucht door de atmosfeer heeft afgelegd.