Nader Verklaard
Calamiteit
Bij ernstige ongevallen zoals explosies of branden, waarbij schadelijke stoffen vrij kunnen komen speelt het weer een belangrijke rol. De weersomstandigheden, met name de wind en het temperatuurverloop tot grote hoogte in de atmosfeer, bepalen of de gevaarlijke stoffen zich snel in een bepaalde richting verspreiden en verdunnen. Om dat te berekenen heeft het KNMI een trajectoriënmodel ontwikkeld. Dat model kan elk gewenst moment worden gedraaid en levert de benodigde informatie voor het maken van verwachtingen van de verspreiding van gifwolken over grote afstanden. Speciaal voor gerichte meteorologische informatie bij rampen, beschikt het KNMI over calamiteiten-meteorologen die dag en nacht paraat zijn. Het trajectoriënmodel van het KNMI werd eerder succesvol gebruikt voor berekeningen van de verspreiding van radioactieve stoffen na de ontploffing van de kerncentrale in Tsjernobyl in 1986 en voor verspreidingsberekeningen van rook door de oliebranden in Koeweit. Het KNMI is opgenomen in rampenplannen waardoor overheidsinstanties, brandweer en politie rechtstreeks contact opnemen met de calamiteiten-meteoroloog. Bij kernongelukken wordt nauw samengewerkt met het Internationaal Atoom Agentschap (IAEA) in Wenen.