In een continentaal of landklimaat is de invloed van zee heel gering. Het klimaat wordt meestal gekenmerkt door hete zomers en strenge winters, maar er zijn ook continentale gebieden waar de winters minder streng zijn. De meeste neerslag valt in de zomer en de dagelijkse en jaarlijkse gang in de temperatuur (verschil tussen hoogste en laagste) is vrij groot. In de klimaatindeling van Köppen (met temperatuur en neerslag als uitgangspunten) komt het D-klimaat, zoals hij het continentaal klimaat noemt, alleen voor op het Noordelijk Halfrond.