Verticaal opstijgende luchtbewegingen onder invloed van door de zon opgewarmde lucht boven een vlak terrein. Zweefvliegers maken daar gebruik van en gaan op zoek naar kleine plekjes waar de lucht met flinke snelheid. De stijgsnelheden liggen tussen 1 en 5 meter per seconde of iets meer. In bergachtig terrein makt de zweefvlieger vaak gebruik van door het reliëf veroorzaakte helling- en stijgwinden. Stijgende luchtstromingen kunnen tot condensatie leiden waardoor stapelwolken ontstaan, natte thermiek genaamd. Wolken helpen de zweefvlieger bij het vinden van thermiek. Als er ondanks de stijgende luchtstromingen geen wolken ontstaan wordt dat droge thermiek genoemd.