De Watersnoodramp in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 was zonder twijfel de ergste natuurramp van de vorige eeuw. In het zuidwesten van ons land verdronken 1836 mensen en tienduizenden dieren. Een noodlottige samenloop van omstandigheden - het tijdstip van de extra verhoging van het water viel in het toen nog slecht beveiligde Zeeland samen met dat van het astronomisch hoogwater- zwiepte het water tot ongekende hoogten. In de loop van 31 januari, daags voor de ramp, werd duidelijk dat ons land aan de vooravond stond van een ramp. De bezorgde meteorologen van het KNMI deden er alles aan om de bevolking en de autoriteiten te waarschuwen maar de alarmerende boodschap drong niet overal door.

Op onze website vindt u een interview over de gebeurtenissen met oud KNMI-meteoroloog K.R. Postma (1913-2005), één van de verantwoordelijke meteorologen in die dagen (zie Verder lezen- Watersnoodramp 1953, ergste natuurramp van de 20e eeuw, KNMI sloeg alarm maar dat drong niet overal door). Vijftig jaar na de Watersnoodramp vond op het KNMI een symposium plaats over de voorspelbaarheid van stormrampen. Met de huidige technieken en kennis van zaken kan zo'n storm tegenwoordig veel beter voorspeld worden. Bovendien heeft het KNMI tegenwoordig middelen tot zijn beschikking om tijdig en nadrukkelijk te waarschuwen, zoals het Weeralarm.

Sinds 1953 is flink geïnventesteerd in kustbeveiliging en een storm zou nog veel zwaarder moeten zijn om de dijken te doen breken. Het KNMI doet onderzoek naar stormen en gaat na hoe extreem stormen en stormvloeden kunnen worden in ons huidige en toekomstige klimaat.