Onbewolkt betekent dat er geen of vrijwel geen wolken aan de hemel zichtbaar zijn, een strak blauwe hemel dus. Weerkundigen drukken de bedekkingsgraad uit in achtsten: onbewolkt is dus 0/8 bewolking, bij 1/8 bewolking wordt gesproken van vrijwel onbewolkt. Bewolking wordt gemeten door automatische weerstations. De wolkenhoogtemeter van het automatisch weerstation kijkt recht omhoog en "ziet" dus wat zich recht boven het instrument bevindt. In de weerrapporten op teletekst en internet, die gebaseerd zijn op automatische waarnemingen, wordt een hemel waarin binnen de reikwijdte van de wolkenhoogtemeter geen of vrijwel geen wolken zichtbaar zijn aangegeven als onbewolkt. Dunne sluierwolken waar de zon doorheen schijnt worden als licht bewolkt gerapporteerd, ook al bedekken ze de hele hemel.