(Tropische) cyclonen zijn hevige en gevaarlijke wervelstormen met verwoestende windsnelheden tot 300 kilometer per uur en huizenhoge golven. Afhankelijk van het gebied waar ze ontstaan heten ze hurricanes (Caribisch gebied) of tyfonen (Stille Oceaan). Dergelijke stormen kunnen ontstaan in de gebieden rond de evenaar wanneer de zeewatertemperatuur 27 graden of hoger is. Boven land neemt de windsnelheid in de cycloon af, maar vallen er enorme hoeveelheden regen, soms honderden millimeters in luttele uren. In het ""oog"" van de cycloon met een doorsnede van 30 tot 50 kilometer, klaart het op en is het nagenoeg windstil, de stilte voor de storm. Zodra het ""oog"" voorbij is steekt de storm aan de achterkant weer op dan uit een andere richting. Meteorologen kunnen de baan van een storm en de windkracht op basis van computerberekeningen met een redelijke nauwkeurigheid enkele dagen tevoren inschatten, zodat de bedreigde bevolking tijdig kan worden gewaarschuwd en zo nodig geëvacueerd.