Zeilers en surfers profiteren van de wind maar het water wordt bij harde wind zeer onrustig met verraderlijke windstoten (foto: Jannes Wiersema)
Benaming uit de zeilwereld van een koude wind uit het noorden of noordoosten. Tegenovergestelde is een bolle wind voor een warme wind uit het zuiden. Een holle wind wordt ook wel een dichte wind genoemd en heeft karakteristieke eigenschappen.
Het karakter van de wind wordt vooral veroorzaakt door de stabiliteit van de lucht. De stabiliteit hangt samen met de opbouw van de temperatuur in de onderste laag van de atmosfeer. Als het onder in warmer is dan daarboven, dan wordt dat onstabiel genoemd. De warme lucht stijgt op (denk aan thermiek) wat zorgt voor de nodige turbulentie. Is het echter in de onderste laag van de atmosfeer aan het aardoppervlak kouder dan erboven dan praten we over een stabiele situatie.
Over het algemeen wordt de atmosfeer aan het eind van de dag stabieler. De zon zakt en krijgt steeds minder kracht waardoor het aardoppervlak afkoelt en er minder luchtbellen zullen opstijgen. De wind wordt dan ook minder vlagerig. Bij noordoostenwind gebeurt dit vaak pas na zonsondergang. Dit heeft te maken met een begrip dat thermische wind wordt genoemd. Geen gewone wind maar een verticale windschering, een verandering van de wind met de hoogte. Deze thermische wind zorgt er bij noordoostenwind vaak voor dat de lucht aan het aardoppervlak minder snel afkoelt en dus haar onstabiliteit langer vast houdt. De noordooster wordt dus vaak pas later op de dag stabieler. Een noorden of noordoostenwind blijft dus vaak langer vlagerig dan een zuidwestenwind.