De Europese Remote Sensing Satellieten ERS van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA worden vooral voor onderzoek van weer, klimaat en milieu gebruikt. De eerste is in 1991 gelanceerd, waarna de tweede vier jaar later volgde. De Europese Aardobservatiesatelliet ERS-2 is uitgerust met het ozoninstrument GOME (Global Ozone Monitoring Experiment), waarmee dikte van de ozonlaag met grote nauwkeurigheid wordt gemeten. Beide satellieten zijn uitgerust met radarsystemen die ook 's nachts en door de wolken heen opnamen kunnen maken van land en zee. Zo kunnen wind, zeehoogten, zeestromingen, golfpatronen, ijsvelden en ijskappen zichtbaar worden gemaakt en wordt ook de zeewatertemperatuur gemeten. In 2002 is zijn reusachtige opvolger, de Europese milieusatelliet Envisat gelanceerd. De Envisat heeft tien instrumenten aan boord, waaronder Sciamachy, waarmee de luchtkwaliteit wordt gemeten. De satelliet brengt nauwkeurig in kaart waar bepaalde broeikasgassen zitten. Dat is nodig voor controle op de naleving van het Kyoto-protocol dat landen ertoe verplicht de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Sciamachy wordt in 2004 aangevuld met het Ozone Monitoring Instrument (OMI), een samenwerkingsproject tussen Finland en Nederland. OMI krijgt een plek op een Amerikaanse satelliet.