Verduistering die kan ontstaan doordat een hemellichaam dat zelf geen of weinig licht uitstraalt, in de schaduw treedt van een ander lichaam (bijvoorbeeld bij een maansverduistering of doordat een helder lichaam wordt bedekt door een donker lichaam (bijvoorbeeld bij een zonsverduistering). Een totale zonsverduistering ontstaat waar de schaduwkegel van de Maan op het aardoppervlak valt. Zon, Maan en Aarde staan dan in die volgorde precies op een lijn. Een grote zonsverduistering, waarbij de zon vrijwel of geheel verduisterd wordt was in ons land het laatst op 11 augustus 1999 te zien en pas in 2081 is hier weer zo'n grote zonsverduistering zichtbaar. Gedeeltelijke zonsverduisteringen komen vaker voor (in ons land 42 in de vorige eeuw). Vroeger dacht men dat zonsverduisteringen van invloed waren op het weer in de toekomst, maar tegenwoordig weten we dat een verduistering van zon of maan geen invloed heeft op het weer op lange termijn. Tijdens een totale zonsverduistering vindt door het wegvallen van de invallende zonnestraling wel een lichte daling van temperatuur plaats, wat invloed heeft op de luchtdruk waardoor de wind iets toeneemt, de eclipswind genaamd.