In verschillende publicaties wordt vermeld dat Eskimo's honderden of zelfs duizenden namen voor sneeuw zouden hebben. Maar niets is minder waar: het zijn er volgens het toonaangevende Eskimowoordenboek van C.W. Schultz-Lorentzen uit 1927 welgeteld twee: qanik (voor vallende sneeuw of sneeuwvlok) en aput (voor liggende sneeuw). Volgens Prof. dr. Jacques Van Keymeulen van de Vakgroep Nederlandse Taalkunde van de Universiteit Gent is de mythe over de vele sneeuwwoorden van de Eskimo's begonnen met Franz Boas die in het Handbook of American Indian Languages vier sneeuwwoorden van de Eskimo's opsomde. Benjamin Lee schreef in 1940 een populair wetenschappelijk artikel waarin hij wat overdreef. Hij noemde vijf woorden en misschien nog meer. Dat verhaal werd telkens verder verteld en uiteindelijk zouden er honderden, ja misschien wel duizenden Eskimo benamingen van sneeuw bestaan.

Bronnen: Miller, G.A. De wetenschap van het woord. Natuur en Techniek, 1993, p4) en Wetenschapskalender 2008.