Wekelijks wordt bij het KNMI in De Bilt een speciale weerballon opgelaten met een ozonsonde om de hoeveelheid ozon in de atmosfeer te meten (foto: KNMI)
Twee keer per dag worden vanaf het waarneemterrein van het KNMI in De Bilt weerballonen opgelaten. Het doel van deze met helium gevulde ballonnen is de metingen bij het aardoppervlak aan te vullen met gegevens van de bovenlucht. De resultaten worden radiografisch naar De Bilt gestuurd, vandaar dat weerballonnen ook wel radiosondes worden genoemd. De sonde bereikt doorgaans een hoogte tussen 20 en 30 kilometer. Tijdens de vlucht, die één tot twee uur duurt, worden metingen verricht van temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk. Uit de positie van de sonde worden windrichting en -snelheid berekend.