Nieuws
- Persbericht
Internationaal symposium over luchtvaart en klimaat
International Symposium on aviation and the global atmosphere
5 mei 2003 -
Minister T. Netelenbos van Verkeer en Waterstaat heeft woensdag in de Beurs van Berlage in Amsterdam een tweedaags internationaal symposium over luchtvaart en klimaat geopend. Aan dit symposium, dat was georganiseerd door enkele Europese en Amerikaanse onderzoeksinstituten op het gebied van de luchtvaart (AEREA/NASA) namen honderdvijftig vertegenwoordigers uit de wereld van de luchtvaart en onderzoek deel.
Doel van de Conferentie was het bespreken van verschillende aspecten van de invloed van de luchtvaart op het milieu door de luchtvaartindustrie, beleidsmakers en de onderzoekswereld. In Nederland waren het KNMI als onderzoeksinstituut op het gebied van klimaat en het NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium) nauw betrokken bij de organisatie.
Het was de eerste keer in de geschiedenis dat een sector (de luchtvaart), gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen, in discussie ging over de klimaat- en milieueffecten. De discussie is door alle deelnemers als stimulerend ervaren en heeft de basis gelegd voor een nauwe dialoog in de toekomst. Veel aspecten moeten nog verder worden onderzocht om de onzekerheden te beperken.
Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft op verzoek van de internationale luchtvaartorganisatie (ICAO) voor het eerst een Special Report gewijd aan Aviation and the Global Atmosphere. Het IPCC, opgericht in 1988 door de VN, is het gezaghebbende orgaan op het gebied van klimaatveranderingen dat alle relevante kennis, feiten en onzekerheden verzamelt op dit gebied.
Het IPCC-rapport geeft een overzicht van de meest recente kennis omtrent de beïnvloeding van de atmosfeer door vliegtuigen, zowel van de invloed op de stratosferische ozonlaag als op de toename van broeikasgassen. Het biedt ook een samenvatting van de huidige inzichten over de mogelijkheden om door middel van maatregelen de invloed van het vliegverkeer op de atmosfeer te beperken. Het rapport is samengesteld door een honderdtal van de beste wetenschappers in de wereld op het terrein van de luchtvaart en de processen in de atmosfeer, waaronder experts werkzaam in de luchtvaartindustrie.
Uit Nederland is aan het rapport meegewerkt door deskundigen van het KNMI, het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het Instituut voor Atmosferisch Onderzoek van de Universiteit Utrecht (IMAU) en de Rijksluchtvaartdienst (RLD).
Vliegtuigemissies
Vliegtuigmotoren stoten naast kooldioxide nog verschillende andere stoffen uit, die op een complexe manier invloed hebben op het klimaat. De vaststelling dat ook die andere stoffen invloed hebben op het broeikaseffect, is een van de belangrijkste conclusies van het IPCC rapport. Belangrijk, maar nog onzeker, is het effect op het klimaat van mogelijke veranderingen in de bewolking veroorzaakt door het vliegverkeer. Naast de condensstrepen gaat het ook om een toename van de hoge bewolking die het broeikaseffect verder versterkt.
Scenario voor de toekomst
De komende decennia zal het verbruik van fossiele brandstoffen door de luchtvaart toenemen. De factor, waarmee het brandstofverbruik groeit, hangt af van het scenario waarmee gerekend wordt. Volgens het in het IPCC-rapport gekozen referentie-scenario bedraagt de groei tot het jaar 2050 een factor drie, ondanks verwachte verbeteringen van de brandstofefficiency en van het luchtverkeersmanagement. De luchtvaart neemt momenteel ongeveer 2% van het totale verbruik van fossiele brandstoffen voor haar rekening. Het percentage voor 2050, en daarmee de relatieve bijdrage van de luchtvaart aan de toename van broeikasgassen in de atmosfeer, hangt tevens af van ontwikkelingen in andere economische sectoren, die niet in het IPCC-rapport worden besproken.
Maatregelen
Technische en operationele maatregelen kunnen de toenemende invloed van de luchtvaart op het klimaat niet voorkomen. Beleidsmatig zijn er wel mogelijkheden om de groei te beperken. Opties, die door het IPCC worden genoemd, zijn onder andere het (verder) invoeren van emissievoorschriften, het invoeren van heffingen of belastingen, de introductie van een emissiehandelsysteem en het optimaliseren van start- en landingsprocedures. Overigens hebben de afspraken, die gemaakt zijn onder het Klimaatverdrag en onder het Kyoto Protocol, geen betrekking op de uitstoot van broeikasgassen door vliegtuigen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Harry Geurts of Janine Leunessen, persvoorlichting KNMI, telefoon 030 2206317 of 030 2206386. E-mail:
Persvoorlichting.
Persbericht:
Eerste uitgave:
08-06-99