sneeuw
Toch zijn uitzonderlijk lage temperaturen gemeten. De nacht van 3 op 4 maart was de koudste ooit in maart in ons land gemeten. Op veel plaatsen vroor het streng met minimumtemperaturen tussen -10 en -15 graden en op een aantal plaatsen zeer streng onder -15 graden. De laagste temperatuur is gemeten op het KNMI-weerstation van Marknesse waar het tot -20,7 graden is afgekoeld. Dat was nog kouder dan op 7 maart 1971, toen in Wageningen met -18,7 graden het record van de 20e eeuw is gemeten.
Ook op 6 maart zijn zeer lage temperaturen gemeten: -15,1 graden in Marknesse (registratie) en -14,8 in Berkhout. In Marknesse kwam de temperatuur op drie dagen onder de -15 graden. De Bilt noteerde bovendien twee ijsdagen met op 3 en 4 maart maxima van -0,5 en -0,1 graden. Sinds 1987 waren hier in maart geen ijsdagen voorgekomen.

Ook in de eerste helft van maart 1971 was het nog volop winter met veel sneeuw. Nog kouder was het in de 19e eeuw in maart 1845, met gemiddeld -2,3 graden (tegen 5,8 graden normaal) de koudste maart in drie eeuwen. De eerste drie weken vroor het elke dag matig tot streng of zeer streng. De periode van 13-16 maart 1845 hoort tot de koudste in de historie met 's nachts temperaturen rond -20 graden (op 14 maart 1845 meldde een waarnemer in Groningen -21 graden) en overdag -10 graden bij een snijdend koude oostenwind (zie winter in maart). De metingen van voor 1900 zijn niet helemaal vergelijkbaar omdat die gegevens niet gevalideerd zijn.

Meest uitgebreide sneeuwdek in zeker vijftig jaar
Het komt zelden voor dat een zo groot deel van ons land zoveel sneeuw heeft als de afgelopen dagen is gevallen. Ook hartje winter is dat uitzonderlijk. Uit de archieven van de klimatologische dienst van het KNMI blijkt dat er op 11 januari 1959 voor het laatst op grote schaal meer dan 20 cm sneeuw viel, die niet door de wind opwoei, dus waarschijnlijk is de huidige sneeuwsituatie de ergste van de laatste 50 jaar.

Op 2 maart 2005 meldde Heeg in het zuidwesten van Friesland een sneeuwdikte van 50 cm, de dikste sneeuwlaag in ons land sinds midden jaren tachtig. Ook op de Waddeneilanden viel in de winters van 1985 en 1987 plaatselijk een halve meter. In Friesland, Groningen en Drenthe roept de sneeuwsituatie herinneringen op aan de sneeuwstormen in de winter van 1979, toen de sneeuw het openbare leven ontwrichtte. Dat was echter een heel andere situatie dan nu omdat de problemen toen ontstonden door de combinatie van wind en sneeuw en de vorming van sneeuwduinen. 
 
Unieke hoeveelheden sneeuw in het noorden van ons land. Op verschillende plaatsen vielen tientallen centimeters. De KNMI-waarnemer in Heeg mat op 2 maart om 9 uur (8 uur UT) 50 cm. Een hoeveelheid van 20 cm of meer binnen 24 uur, die niet door de wind is opgewaaid, komt op een willekeurige plaats in het binnenland gemiddeld eens in de 10 jaar voor. Een hoeveelheid van 35 cm of meer komt gemiddeld eens in de halve eeuw voor. Aan de kust is dat nog zeldzamer. De huidige sneeuwsituatie is nog unieker omdat niet een enkele plaats maar een groot gebied te maken heeft met zulke grote hoeveelheden en natuurlijk ook omdat het al maart is. (meer kaartjes met klimatologische gegevens voor Nederland)

Extreme kou en sneeuw in Europa
Nog veel kouder was het in Duitsland en Oostenrijk waar zelfs nieuwe kouderecords zijn geboekt. Op de Zugspitze in Duitsland werd op 28 februari -29,4 graden gemeten, een nieuw record in de meetreeks van dit weerstation op 2650 meter hoogte. Ook in München zijn nieuwe records geboekt: sinds 28 februari zijn hier achtereenvolgens minima gemeten van -23,4, -24,5 en -22,1 graden. Het weerstation op de top van de Sonnblick (3105 meter) in Oostenrijk noteerde op 1 maart -30,0 graden, Seefeld -27,4 graden.

Eind januari, begin februari viel er veel sneeuw in Oostenrijk en de Balkanlanden, waarbij door de stormachtige wind wegen geblokkeerd raakten. Op 3 en 4 februari sneeuwde het vooral langs de kust van de Zwarte Zee waarbij in Bulgarije windstoten zijn gemeten van orkaankracht. In Varna aan de Bulgaarse kust van de Zwarte Zee viel een halve meter sneeuw waarvan 40 cm in 12 uur tijd. Ook in Oostenrijk was de sneeuwval, die daar een paar dagen eerder viel, zeer intensief: gemiddeld viel zo'n 15 tot 30 cm per 24 uur. Op de Zugspitze in het zuiden van Duitsland ligt ongeveer 250 cm sneeuw, in het noorden van Oostenrijk ligt op sommige bergtoppen vier tot vijf meter sneeuw. Eerder werd Wenen en omgeving getroffen door de zwaarste sneeuwval van de laatste decennia. Van 26 op 27 januari viel in de hoofdstad liefst 30 cm. In de afgelopen vijftig jaar is slechts een keer een vergelijkbare hoeveelheid gevallen: van 26 op 27 maart 1969. Nog harder sneeuwde het van 4 op 5 februari 1941 met 63 cm sneeuw in een etmaal. Ook in maart kan het hier nog flink sneeuwen: op 5 maart 1970 viel in Wenen 35 cm sneeuw.

Boven de enorme sneeuwmassa's in het uiterste zuiden van Duitsland, Oostenrijk en de Bakanlanden, kwam het in de eerste week van februari onder een heldere hemel tot strenge of zeer strenge vorst. In Oostenrijk kwam de temperatuur lager dan -20 graden, in Roemenië zelfs lager dan -30 graden. Weerstation Kleinzicken in Oostenrijk noteerde tussen 6 en 10 februari achteenvolgens -21,9, -24,5, -25,7, 25,4 en -21,7 graden. Een indrukwekkende reeks maar records zijn het niet: het landelijk temperatuurrecords staat op naam van Sonnblick (3105 meter) met -37,2 graden op 1 januari 1905. in Innsbruck werd op 3 februari 1956 -30,6 graden gemeten. Roemenië boekte wel een nieuw kouderecord: volgens de Roemeense televisie werd op 8 februari in Intorsura Bazaului -36 graden gemeten. Het oude record stond op naam van Luna Lanaurie waar in de winters van 1963 en 1990 een temperatuur van -35.5 graden is gemeten.