Weerkaart depressie 11 oktober 2000
Zo wordt bepaald waar de luchtdruk hoog en laag is (hoge– en lagedrukgebieden) en in welke richting en met welke snelheid de lucht beweegt. Behalve isobaren zijn er ook isothermen, lijnen die plaatsen met dezelfde temperatuur verbinden. De isotherm is een vondst uit 1817 van geograaf Alexander von Humboldt (1769-1859).

Op de weerkaart is ook te zien waar het regent of sneeuwt, waar de zon schijnt en hoe hard het waait. Ook worden fronten aangegeven, lijnen die de begrenzing vormen met andere luchtsoorten.

Als een front passeert volgt er meestal ander weer. Tot begin jaren tachtig van de vorige eeuw werden weerkaarten met de hand ingetekend, vandaag de dag maakt de computer de kaarten. Tegenwoordig bieden weerkaarten niet alleen het actuele weer maar ook de verwachting. De computers berekenen zelfs weerkaarten van 10 tot 15 dagen vooruit. Weerkundigen maken ook gebruik van weerkaarten met gegevens van hogere luchtlagen, bijvoorbeeld op 5 kilometer hoogte.

De luchtstromingen op grotere hoogte zijn vaak van belang voor het weer en de verwachting. De eerste weerkaarten dateren uit de achttiende eeuw. De Duitse onderzoeker Heinrich W Brandes (1777-1834) verwerkte weergegevens van de Societas Meteorologica Palatina, een van de eerste weerkundige organisaties van keurvorst Karl Theodor (1724-1799). Meteoroloog Buys Ballot maakte in 1852 de eerste schetsen. Dat waren kaarten met gegevens van wind en luchtdruk.

In Frankrijk worden sinds 1863 dagelijks weerkaarten uitgegeven waar het publiek zich op kan abonneren. In Nederland begon het KNMI in 1881 met dagelijkse weerkaarten voor het publiek. Buys Ballot ondervond weerstand van sceptici die niet geloofden in het wetenschappelijke weerbericht en meer vertrouwen hadden in volksweerkunde.

De KNMI-directeur reageerde publiekelijk op discussies over de voorspelbaarheid van het weer. Het mocht niet baten: in 1878 klaagde Buys Ballot dat slechts drie kranten bereid waren zijn weerberichten te publiceren. Daarna verbeterde het klimaat zeker toen het Stadswaterkantoor in Amsterdam begon met gratis verspreiding van de weerkaartjes.

Verschillende opticiens toonden de kaarten in hun etalages. Drommen mensen verdrongen zich voor de ramen om kennis te nemen van het nieuwste weerbericht.