Nader Verklaard
Zomer in Limburg
22 augustus 2012 -
Predikant Wilhelm Bachiene, professor in de sterrenkunde en aardrijkskunde in Maastricht, was in de achttiende eeuw waarschijnlijk de eerste die daar het weer bijhield. Alleen waarnemingen uit 1776 zijn in de archieven gevonden. Meer metingen uit Maastricht over de jaren tussen 1802 en 1833 zijn bewaard gebleven van natuurkundige en apotheker Jan Pieter Minckelers (ontdekker van lichtgas voor luchtballonnen) en zijn leerling Jean Guillaume Crahay.
Voormalig KNMI-meetpunt Maastricht in 1939
Het KNMI verricht sinds 1852 continu waarnemingen in Maastricht, sinds 1946 op Maastricht Airport, voorheen bekend als vliegveld Zuid-Limburg bij Beek. Daarnaast zijn er in de provincie automatische weerstations in Arcen en Ell (Haler in de Limburgse weerberichten). Bovendien wordt op veel plaatsen de neerslag gemeten.
Limburg is ’s zomers de warmste provincie. De middagtemperatuur ligt er in de zomer gemiddeld over het tijdvak 1981-2010 tussen 21 en 23 graden. ’s Nachts is het gewoonlijk zo’n 10 tot 14 graden. Een gewoon jaar telt in Maastricht 32 zomerse dagen met meer dan 25 graden en 6 tropische dagen met meer dan 30 graden. In 1947 telde Maastricht 80 zomerse dagen, waarvan er 27 tropisch waren.
Recent waren 20 augustus 2009 en 19 augustus 2012 snikhete dagen met 37,0 graden en 36,7 graden in Ell. De warmste dag van de voormalige oude meetreeks in de Limburgse hoofdstad was 27 juni 1947 met 38,4 graden. Op het nabijgelegen vliegveld werd die dag 37,3 graden gemeten. In de meetreeks van dat meetpunt is 38,0 graden de hoogste waarde op 23 augustus 1944.
In de zomer valt in Limburg 55 tot circa 90 mm per maand, het meest in het zuiden. Door de warmte kunnen fikse buien ontstaan, die vooral in het heuvellandschap voor wateroverlast kunnen zorgen. Op 18 juni 1966 kreeg Maastricht Airport 83 mm. Zeer nat was 28 juni 1981 met 125 mm in Echt. De natste juli staat op naam van Weert met 270 mm in juli 1965.
De zon schijnt ‘s zomers in Limburg gemiddeld zo’n 180 tot 200 uur per maand. Aan de kust schijnt de zon doorgaans zo’n 30 tot 40 uur langer. Dat komt omdat de warmte de vorming van stapelwolken bevordert. Het waait landinwaarts echter veel minder, gemiddeld nog niet de helft van de windkracht aan zee.
Eerste uitgave:
05-06-09
Laatste wijziging:
22-08-12