Vorst aan de grond is vorst op 10 cm hoogte (foto: Jannes Wiersema)
De laagste temperatuur ooit in ons land in de zomer gemeten is -1,2 graden op 2 juni 1975 in Almen. Op 2 juni 1962 daalde de temperatuur in Deelen tot -0,9 graden. Vlak boven de grond is op 1 juni 1977 in Eelde -5,0 graden gemeten, zware nachtvorst werd dat vroeger genoemd.

Landinwaarts is een dag met vorst aan de grond normaal voor juni. Soms komt de temperatuur dicht bij het aardoppervlak in juni nog op verschillende dagen onder nul. De vliegbasis Twente meldde in juni 2008 zelfs nog 6 dagen met vorst aan de grond. Leeuwarden noteerde op 5 en 6 juni 2009 op 10 cm hoogte achtereenvolgens -0,2 en -0,9 graden. Dat waren hier de koudste nachten in twintig jaar.

Op 18 juni 1955 is in Witteveen -0,8 graden gemeten, later in de zomer is vorst op de normale waarnemingshoogte van anderhalve meter nog nooit gemeten. In De Bilt heeft het in de zomer nimmer gevroren. De uiterste datum waarop de temperatuur in De Bilt nog onder nul kwam is 28 mei 1961.

Ook overdag wordt de 10 graden in juni soms niet gehaald. In De Bilt zijn 2 juni 1953 en 15 juni 1971 de enige data waarop dat gebeurde. In Vlissingen werd op 12 juni 1916 maximaal 8,4 graden gemeten, de laagste middagtemperatuur van de zomer ooit in ons land waargenomen.

Juni 1923 was in De Bilt de koudste zomermaand van de meetreeks sinds 1901 met gemiddeld 11,6 graden tegen 15,2 graden normaal (gemiddeld over het tijdvak 1971-2000). In 1916 bedroeg het maandgemiddelde over juni 12,2 graden en de meest recente koude juni dateert van 1991 met gemiddeld 12,7 graden.

Kou in juni wordt in de volksmond schaapscheerderskou genoemd. Schaapscheerders gebruikten deze koele periode met vaak grijs weer vroeger om hun schapen te scheren. De schaapscheerderskou is een variant van de IJsheiligen in mei. De koude lucht die vanuit het noorden wordt aangevoerd staat in schril contrast met de eerste zomerwarmte.