Radarbeelden van zware buien die op 6 september 2011 over ons land trokken (Bron: KNMI)
Een naderende buienlijn kan er zeer dreigend uitzien, waarbij het door de neerslag en de massieve bewolking aardedonker wordt. Zo'n onheilspellende lucht voorspelt weinig goeds. De wind neemt sterk toe met soms verraderlijke windstoten van meer dan 100 km/uur. Daarna gaat het heftig regenen en kan het ook hagelen. 's Zomers zijn dat soms hagelstenen zo groot als knikkers of golfballen met alle gevolgen vandien. De passage van de bui gaat vergezeld van veel bliksem en onweer. Buienlijnen kunnen in korte tijd sterk activeren, waardoor de verschijnselen nog heftiger worden dan de neerslagradar laat zien. Ook kunnen langs een buienlijn voortdurend nieuwe buien ontstaan. Meteorologen spreken in dat verband van een multicel-lijn. Neerslag en onweer gaan na passage van de buienlijn meestal nog een tijd door, maar soms is het slechte weer in een vloek en een zucht voorbij, waarna het snel opklaart.

De passage van de buienlijn zelf is echter het meest verraderlijke moment. Het weer kan zo snel omslaan dat er in een bootje op het water geen redden meer aan is. De plotselinge windvlagen in combinatie met slechte zicht door slagregens of hagel kunnen ook het verkeer ernstig hinderen. Takken met veel blad breken soms af als luciferhoutjes en kunnen wegen en spoorlijnen blokkeren. De bliksem is zeker voor fietsers en wandelaars in een open omgeving gevaarlijk. Een incidenteel optredende windhoos kan in een spoor van kilometers lengte grote schade veroorzaken.

De buien van 21 juni 2012 zorgden al in het begin van de avond van de langste dag voor duisternis (foto: Bas Harmusial, Eemnes)
De buien van 21 juni 2012 zorgden al in het begin van de avond van de langste dag voor duisternis (foto: Bas Harmusial, Eemnes)
Buienwolken ontstaan in gebieden met sterk stijgende luchtbewegingen van warme lucht. In combinatie met lucht die op de bodem samenstroomt, convergentie genaamd, stijgt de lucht razensnel op. De buienwolken kunnen zich groeperen tot enorme complexen waarin de wolkentoppen een hoogte kunnen bereiken van meer dan 15 kilometer. De top van de wolk bestaat uit ijskristallen die uitwaaien in de vorm van een aambeeld. Zulke torenhoge flatgebouwen in de atmosfeer nemen zoveel zonlicht weg dat het aan het aardoppervlak ook overdag soms aardedonker wordt.

Een buienlijn, in de oostelijke Verenigde Staten squalline genoemd, kan voorafgegaan worden door een rolwok, ook wel boogwolk of boekenplankenwolk genaamd. De sterke luchtbewegingen zijn aan de onderkant van de wolk soms zichtbaar als borstvormige bewolking, mammatus genaamd. Door de draaiende lucht kan een uitstulping ontstaan, die het begin is van een windhoos. Van een hoos is pas sprake als de slurf de grond of het water bereikt. Soms is dat niet vast te stellen en wordt gesproken van hoosachtige verschijnselen.

De weerkundigen houden waarnemingen, radar- en satellietbeelden en de modelberekeningen nauwlettend in de gaten, zodat iedereen die met zware buien te maken krijgt tijdig gewaarschuwd kan worden en niemand verrast hoeft te worden.