Het onderzoek moet meer duidelijkheid brengen in de processen die zich in wolken afspelen, zodat de beschrijving van wolken in computermodellen verder kan worden verbeterd en er een duidelijker beeld ontstaat van de rol van wolken in ons klimaat. De computermodellen worden gebruikt bij het opstellen van weersverwachtingen en om inzicht te krijgen in toekomstige klimaatveranderingen. Specialisten op het gebied van wolkenwaarnemingen en computermodellen werken hierbij samen.

Gedurende de BBC campagne stond op het KNMI-meetterrein in Cabauw een groot aantal speciale instrumenten. Zo waren in samenwerking met de TU-Delft en GKSS uit Duitsland moderne radarsystemen geplaatst, waarmee gedetailleerde wolkenmetingen zijn verricht. Door verschillende radarmetingen te combineren kan informatie worden afgeleid over de grootte en bewegingssnelheid van de wolkendruppels. Bovendien werden er extra weerballonnen (radiosondes) opgelaten en meetapparatuur aan een kabelballon.

Daarnaast zijn drie vliegtuigen voor de campagne (een Frans en twee Duitse toestellen) ingezet. De toestellen die vanaf vliegveld Zestienhoven bij Rotterdam vertrokken, hebben vluchten uitvoeren boven het meetterrein. Aan boord van deze toestellen bevond zich zeer geavanceerde apparatuur waarmee het aantal en de grootte van de wolkendruppels bepaald werden. Ook was apparatuur aan boord waarmee de concentratie (en samenstelling) van de stofdeeltjes in de lucht gemeten is en apparatuur voor meting van de reflectie van zonlicht aan wolken.

In de eerste twee weken van augustus zijn meetinstrumenten uit een Europees netwerk met elkaar vergeleken. Daarna zijn de instrumenten verspreid over een netwerk van stations rondom Lopik. Met metingen van verschillende locaties is een goed beeld verkregen van de variabiliteit van wolkeneigenschappen.

In totaal namen er zo'n 20 onderzoeksgroepen deel aan de meetcampagne, afkomstig uit 7 Europese landen. De meetcampagne is gedeeltelijk gefinancierd door de Europese Unie. Op 29 september werd de wolkenmeetcampagne officieel afgesloten door de staatssecretaris van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, drs. J.M. de Vries.