Overstromingen in Europa 2006
Vraag (V): Was de waterstand in de Elbe in 2006 ongekend hoog?
Antwoord (A): De waterstand in de Elbe heeft op in de loop van april op verscheidene plaatsen het recordniveau van de zomer 2002 overtroffen. De waterstand bereikte hier ook in 1845, 1890, 1903, 1930 en 1997 record hoogten. De overstroming van 1890 wordt gerekend tot de vier na grootste watersnoodramp van de afgelopen 500 jaar in Midden Europa. Ook in de Moldau en de Donau was sprake van hoge waterstanden. Voor de zoveelste keer vecht de bevolking langs de Elbe tegen het water. De hoge waterstanden hangen samen met een ongelukkige combinatie van veel smeltwater en regen in de stroomgebieden. Met name in de oostelijke Alpen is in maart veel sneeuw gevallen. Dit kwam bovenop de relatief grote sneeuwhoeveelheden die in de winter zijn gevallen. Op tal van plaatsen zijn deze winter sneeuwrecords gevestigd.

V: Heeft extreme neerslag te maken met het broeikaseffect?
A: De hevige sneeuwval in het Alpengebied was een gevolg van opstuwing van vochtige lucht bij juist lagere temperaturen dan normaal. Ook de neerslag in Midden Europa in april valt bij relatief lage temperaturen. Deze afwijkingen in temperatuur en neerslag horen bij de grillen van de natuur. Door het broeikaseffect veranderen weliswaar de kans op koude perioden en extreme neerslag, maar het broeikaseffect nu nog klein: de opwarming van de 20e eeuw was ongeveer 0,6 graad. Bij de huidige zwakte van het broeikaseffect is een duidelijk verband met extreem grote neerslaghoeveelheden in Midden Europa niet te leggen. Hoewel er in de 20e eeuw misschien wel een lichte toename waarneembaar was van zware neerslaggebeurtenissen, kun je dit niet zondermeer doortrekken naar het soort extreme gebeurtenissen als de extreme neerslag in de vorm van regen of sneeuw in Midden Europa. Dit soort gebeurtenissen is eenvoudig (nog) te zeldzaam om direct met het broeikaseffect in verband te worden gebracht.

V: Hoor je tegenwoordig steeds vaker over overstromingen?
A: Toename in dit soort extreme situaties is niet aangetoond. Maar het is waar dat je tegenwoordig steeds vaker over weerextremen hoort. Dit wil echter niet zeggen dat ze ook vaker voorkomen. Ook het klimaat zonder broeikaseffect kent extremen die gemiddeld slechts één keer per eeuw of nog minder vaak voorkomen. Maar als je naar de aarde als geheel kijkt, is er altijd wel ergens zo'n extreem. In tegenstelling tot vroeger is het nieuws nu wereldwijd geworden: iedereen staat met zijn video klaar en de satellieten zenden de beelden snel over de aarde. Vroeger waren er ook dit soort gebeurtenissen, alleen zag je ze niet op de TV. Bovendien neemt de nieuwswaarde van extreem weer toe omdat de maatschappij steeds kwetsbaarder is waardoor weerextremen steeds vaker tot rampen of grote schade leiden.

V: Wat gaat het broeikaseffect ons deze eeuw brengen?
A: De komende eeuw wordt een opwarming van Europa verwacht die tussen de 1 en 6 graden ligt, dus veel meer dan de 0,6 graad van de vorige eeuw. Het meest waarschijnlijke gevolg is dat de neerslag met name in de winter toe zal nemen en in de zomer waarschijnlijk af zal nemen, maar wel een buiiger karakter krijgt .In de winter zal waarschijnlijk meer neerslag in de vorm van regen vallen en minder in de vorm van sneeuw. Voor de rivieren is dat allemaal van belang. Zo zal hoog water in de rivieren in de toekomst veel meer en direct samenhangen met de regenhoeveelheden in het stroomgebied dan met het smeltwater van sneeuw.

V: Wat betekent de klimaatverandering van de 21e eeuw voor de rivieren in Nederland en de rest van Europa?
A: De Nederlandse rivieren bereiken hun hoogste standen in het winterseizoen, al staat bij ons de Maas soms ook in de zomer hoog. Door het broeikaseffect zullen Maas en Rijn in de 21e eeuw soms meer neerslag te verwerken krijgen dan nu. Maar of dat ook tot problemen zal leiden hangt van vele factoren af. Voor de Rijn neemt de kans op hoogwater in de winter waarschijnlijk toe. Maar in de zomer, door de extra verdamping en minder smeltwater, neemt hij juist af. Bij de rivieren in Midden Europa is minder duidelijk wat er met de kans op hoogwater zal gebeuren dan bij de Rijn.

V: Als het broeikaseffect over bijvoorbeeld 50 jaar wél goed merkbaar is, betekent dat dan ook dat je bij een hoogwater in de Rijn het broeikaseffect de schuld kunt geven?
A: Een individuele weergebeurtenis, of het nu gaat om een overstroming, een zware bui, of een tropische cycloon, kun je nooit regelrecht toeschrijven aan het broeikaseffect. Het enige wat het broeikaseffect doet, is het veranderen van de kans op zulke gebeurtenissen. Als die in de tijd merkbaar in aantal toe- of afnemen (dat kan namelijk ook), dan kan je wel zeggen dat dit door het broeikaseffect komt. Zoiets staat ons deze eeuw wel te gebeuren maar door de inherente zeldzaamheid van zeer extreme gebeurtenissen kan het nog wel een tijdje duren voordat we met zekerheid kunnen zeggen dat de allerhevigste gebeurtenissen inderdaad vaker of minder vaak optreden.