Extreme hitte
Vraag (V): Is de hitte en droogte in grote delen van Europa extreem?
Antwoord (A): In Zuid-Europa is er al ruim twee maanden sprake van droogte en hitte met alle gevolgen vandien. De Zwitserse meteorologische dienst spreekt van de warmste juni sinds mensenheugenis. In Frankrijk is een nieuw landelijk record gebroken: 41,5 graden in Lezignan-Corbieres op 21 juni. In andere landen rond de Middellandse Zee is het ook zeer droog en warm, maar zijn temperatuurrecords nog niet gebroken. Wel is de lange duur van de hittegolf en de aanhoudende droogte ook voor die gebieden heel uitzonderlijk. Klimatologisch komt een maand lang hitte zoals in juli in Zuid-Europa zo eens in de 20 jaar voor.

V: Is er een verband tussen extreme hitte en droogte?
A: Wanneer tijdens een langdurige warmteperiode een groot deel van het bodemvocht verdampt is, wordt de door het aardoppervlak opgenomen zonne-energie vrijwel geheel gebruikt voor de opwarming van het oppervlak en de lucht erboven. Indien er nog wel voldoende vocht in de bodem zit gaat namelijk een groot deel van de opgenomen zonne-energie "verloren" aan het verdampen van water. Daarom versterkt extreme droogte de hitte.

V: Zijn er trends in de Nederlandse zomertemperatuur?
A: De afgelopen eeuw is de daggemiddelde zomertemperatuur in De Bilt ruwweg tweemaal zo hard gestegen als de wereldgemiddelde temperatuur, dus iets meer dan een graad. Met een toename van de gemiddelde temperatuur is ook de kans op hittegolven iets toegenomen. Het aantal dagen met een maximumtemperatuur boven de 25 of 30 graden in De Bilt wordt echter door zoveel toevalsfactoren bepaald dat er over de afgelopen eeuw geen trend in te vinden is. Een effect van maar één graad valt in het niet bij de natuurlijke schommelingen van week tot week, en al helemaal bij de hitte die we nu beleven. In de afgelopen eeuw staat de zomer van 1947 qua hitte nog aan de top.

V: Heeft de huidige hitte in Europa te maken met het versterkte broeikaseffect?
A: Ten gevolge van het versterkte broeikaseffect is de kans op een hittegolf in Europa gestegen. Het broeikaseffect leidde in de 20ste eeuw wereldwijd tot een opwarming van ongeveer een halve graad. In Europa was de temperatuurstijging nog iets hoger. De gemiddelde zomertemperatuur is met ongeveer een graad gestegen. Relatief hoge dagtemperaturen komen nu vaker voor dan enkele decennia geleden.

V: Wat kunnen we de komende eeuw wat betreft de zomers verwachten met betrekking tot het versterkte broeikaseffect?
A: De verwachting is dat deze eeuw de wereldgemiddelde temperatuur verder zal stijgen met 1 tot 6 graden, dus veel meer dan de halve graad van de vorige eeuw. De zomertemperatuur in Nederland zal hiermee ook verder stijgen en daarmee neemt de kans op hittegolven toe. Hoewel het grillige karakter van veranderingen in neerslagpatronen de toekomstige ontwikkeling onzeker maakt, is er een redelijke wetenschappelijke overeenstemming dat de zomerneerslag in Zuid-Europa voor het gemiddelde scenario met meer dan 20% gaat afnemen. Tevens wordt een toename van de intensiteit van zware zomerbuien verwacht: ze krijgen een meer tropisch karakter. Door de hogere zomertemperaturen in Zuid-Europa neemt de verdamping toe, wat in combinatie met de verminderde neerslag leidt tot uitdroging. Een mogelijk gevolg is dat de waterstanden in de grote rivieren in de zomer beduidend lager kunnen uitvallen.

V: Als het broeikaseffect over 50 jaar goed merkbaar is, betekent dat dan ook dat iedere hittegolf door het broeikaseffect wordt veroorzaakt?
A: Een individuele weergebeurtenis, of het nu gaat om een overstroming, een zware bui, of om een hittegolf, kan nooit regelrecht toegeschreven worden aan het broeikaseffect. Het enige wat het broeikaseffect doet, is het veranderen van de kans op zulke gebeurtenissen. Wanneer die in de loop van de tijd merkbaar veranderen, dan kan dit wel in verband gebracht worden met het broeikaseffect. Door de inherente zeldzaamheid van extreme gebeurtenissen kan het echter wel een tijd duren voordat we met zekerheid hierover uitspraken kunnen doen.