De zeeijsbedekking in het Noordpoolgebied is sinds 1978 met gemiddeld ongeveer 2 tot 3% per 10 jaar afgenomen. In het Zuidpoolgebied is geen trend waargenomen. In beide poolgebieden neemt de hoeveelheid zeeijs in de loop van de 21e eeuw af, is de verwachting. Tegen het eind van deze eeuw zal het Noordpoolgebied in de nazomer voor een groot gedeelte ijsvrij zijn.
Zeeijs in het Noordpoolgebied (bron: NSIDC)
Verleden Satellietmetingen laten zien dat de zeeijsbedekking in het Noordpoolgebied sinds 1978 met gemiddeld 2.1 tot 3.3% per 10 jaar is afgenomen. De zeeijsbedekking in het Noordpoolgebied bereikt jaarlijks een minimum in de nazomer. De minimum bedekking is sneller afgenomen dan het jaargemiddelde, met 5% tot 10% per 10 jaar. In het Zuidpoolgebied is geen trend waargenomen, wat consistent is met het feit dat het continent als geheel niet opwarmt.
Toekomst In beide poolgebieden neemt naar verwachting de hoeveelheid zeeijs in de loop van de 21e eeuw af. De snelheid waarmee de zeeijsbedekking afneemt is afhankelijk van het veronderstelde uitstoot van broeikasgassen en van wetenschappelijke onzekerheden over de werking van het klimaatsysteem. In sommige modelstudies verdwijnt het zeeijs in het Noordpoolgebied in de nazomer volledig vóór het eind van de 21e eeuw. Dit betekent dat er geen dik, meerjarig ijs meer over zal zijn in het Noordpoolgebied, maar dat al het aanwezige ijs is gevormd in de vorige winter. Een belangrijke oorzaak van deze snelle afname in zeeijsbedekking is de grote temperatuurstijging in poolgebieden ten opzichte van het wereldgemiddelde. Deze wordt veroorzaakt door een versterkend mechanisme in het klimaatsysteem dat het albedo effect genoemd wordt. IJs en sneeuw kaatsen bijna al het zonlicht terug. Wanneer de temperatuur stijgt en een deel van het ijs en de sneeuw smelt wordt meer zonnestraling opgenomen door de zee of het land. De temperatuur stijgt hierdoor nog meer, en dus smelt er nog meer sneeuw en ijs.
Met dank aan IMAU, IJs en Klimaat (Universiteit Utrecht)