Fig.1 Schematische weergave van de gebruikte methode voor het afleiden van de KNMI'06 klimaaatscenario's. Voor de scenario's is gebruik gemaakt van kennis van het klimaatsysteem op mondiale, regionale en lokale schaal.
De KNMI scenario's zijn gebaseerd op dezelfde literatuur en modelresultaten als die ten grondslag liggen aan het IPCC rapport. Over het algemeen geldt dan ook dat er een goede overeenstemming is tussen het IPCC en de KNMI'06 scenario's. Wel zijn er een aantal aanvullingen toegevoegd:


  • Het IPCC rapport beschrijft de klimaatveranderingen niet in genoeg ruimtelijk detail om direct van toepassing te kunnen zijn voor de Nederlandse situatie. De KNMI'06 scenario's zijn een noodzakelijke lokale verfijning van de IPCC getallen.
  • Ook is er een selectie gemaakt van alle modelresultaten die door het IPCC zijn gebruikt, gebaseerd op de kwaliteit van de simulaties voor het huidige klimaat in West Europa.
  • De verschillen tussen de vier KNMI'06 scenario's brengen de onzekerheid van het toekomstig klimaat in beeld. Voor de gemiddelde neerslag in de zomer geven de KNMI'06 scenario's een flinke spreiding, tussen een forse afname en een kleine toename. De bovengrens van het zeeniveau in 2100 is in de KNMI'06 scenario's ook hoger dan het getal voor de (mondiaal gemiddelde) zeespiegelstijging die het IPCC geeft.


De KNMI'06 scenario's
De KNMI'06 scenario's zijn samengesteld mede op basis van modelresultaten die ook in het IPCC rapport worden gepubliceerd. De methodiek die is gevolgd is samengevat in figuur 1.

Het IPCC verwacht voor 2100 een mondiale temperatuurstijging tussen de +1.1 en +6.4°C ten opzichte van 1990. De KNMI'06 scenario's hebben deze bandbreedte teruggebracht tot een mondiaal gemiddelde temperatuurstijging tussen +2 °C (de G-scenario's) en +4 °C (de W-scenario's). De simulaties van de meeste IPCC modellen vallen binnen deze bandbreedte. Alleen de uitersten worden niet meegenomen in de KNMI'06 scenario's.

Volgens het IPCC is het waarschijnlijk dat atmosferische stromingpatronen veranderen door het broeikaseffect. Voor de KNMI'06 scenario's is een analyse gemaakt van de klimaatmodellen die de huidige stromingspatronen in West-Europa het beste simuleren. Deze geselecteerde modellen geven aan dat de circulatie rond Nederland kan veranderen met meer westenwinden in de winter en meer oostenwinden in de zomer. Een vrijwel ongewijzigde circulatie voor Nederland behoort echter ook tot de mogelijkheden.

Voor beide situaties zijn scenario's gemaakt. Dit levert vier scenario's op: G, G+, W, and W+, waarbij "+" verwijst naar de circulatie verandering. De temperatuur- en neerslagveranderingen zijn erg gevoelig voor deze verandering in atmosferische circulatie (zie verder lezen Temperatuur en Neerslag in Nederland). Voor de zeespiegelstijging in de KNMI'06 scenario's is geen onderscheid gemaakt tussen de scenario's met en zonder verandering in circulatie, maar is er per temperatuur-waarde een bandbreedte aangegeven (zie verder lezen zeespiegelstijging). Meer informatie over de KNMI'06 scenario's kan worden gevonden op de scenario website (zie verder lezen).