De neerslag in de winter neemt toe. In de zomer is de verandering onzeker; een forse afname en een lichte toename zijn beide mogelijk. De kans op extreme neerslag hoeveelheden neemt in alle seizoenen toe.
Fig.1 Neerslag verandering (in %) voor de zomer in vijf van de geselecteerde klimaatmodellen. De bovenste drie modellen laten een afname van -10 tot -20% zien voor Nederland. De onderste twee een lichte toename van 0 tot 10%.
Verleden De jaarlijkse neerslaghoeveelheid is in Noord-Europa duidelijk gestegen, met gemiddeld 5 tot 10% over de 20e eeuw. In Nederland is de neerslag met zo’n 2% per 10 jaar toegenomen, maar de natuurlijke grilligheid van de lokale neerslag maakt het signaal minder duidelijk. Ook de intensiteit van de extreme neerslag is toegenomen.
Toekomst Volgens het IPCC neemt in Noord-Europa de seizoensgemiddelde neerslag toe (het sterkst in de winter) en in Zuid-Europa de neerslag af (het sterkst in de zomer). In de samenvatting van de modelprojecties die het IPCC presenteert krijgt Nederland te maken met een lichte afname in de zomer en een toename in de winter. In de zomer ligt Nederland echter dicht bij scherpe overgang tussen een kleine toename in het noorden en een sterke afname in het zuiden. De ligging van dit overgangsgebied verschilt echter nogal tussen de verschillende berekeningen met klimaatmodellen (zie Figuur 1) en de veranderingen van neerslag voor Nederland zijn daarom relatief onzeker.
De KNMI'06 scenario's gaan uit van een forse afname van de zomerneerslag van -10 % per graad globale temperatuur stijging in de "+" scenario's en een lichte toename van +3% in de scenario's zonder circulatie verandering. Het gemiddelde van deze twee scenario's geeft een lichte afname, in overeenstemming met het IPCC. Voor de winter geven alle scenario's een toename van de neerslag.
Fig.2a Winter neerslag in Nederland (gemiddelde van 13 stations) tussen 1906 en 2005, en de vier klimaatscenario’s voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.
Fig.2b Zomer neerslag in Nederland (gemiddelde van 13 stations) tussen 1906 en 2005, en de vier klimaatscenario’s voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.
Neerslag extremen nemen volgens het IPCC zeer waarschijnlijk toe. Alle KNMI'06 scenario's zijn hiermee in overeenstemming. Dagelijkse neerslag extremen in de zomer nemen toe met 5 tot 27 % in 2050. In de winter nemen de 10 daagse extremen (belangrijk voor de afvoer van rivieren zoals de Rijn) toe met 4 tot 12 %. Voor 2100 wordt rekening gehouden met een verdubbeling van deze waardes.
In de twee scenario's die rekening houden met een verandering in de atmosferische circulatie (de "+" scenario's) neemt in de zomer het aantal regendagen fors af met 10 tot 19 % in 2050. Gecombineerd met hoge temperaturen en hoge verdamping zal droogte in deze scenario's veel vaker optreden. In de overige twee scenario's is er slechts een kleine afname van het aantal regendagen met maximaal 3 %.