Fig.1a Wintertemperatuur (dec.- feb.) in De Bilt tussen 1900 en 2005, en de vier klimaatscenario’s voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.
Verleden
De waargenomen temperatuurstijging in de afgelopen decennia is niet overal gelijk op de wereld. De temperatuur in Nederland is duidelijk harder gestegen dan de wereldgemiddelde temperatuur. Dat wordt onder meer veroorzaakt door een verandering van de atmosferische circulatie. Zuidelijke en westelijke stromingen hebben in de herfst en winter vaak sterk bijgedragen aan de warmterecords. De atmosferische circulatie vertoont van nature grote schommelingen. Het is waarschijnlijk dat het versterkte broeikaseffect invloed heeft op de atmosferische circulatie, maar de mate waarin is nog niet eenduidig vast te stellen.

Toekomst
In de IPCC projecties blijft de temperatuurstijging van de Atlantische oceaan achter bij de wereldgemiddelde temperatuur. De continenten warmen echter sterker op dan de oceanen. Beide effecten compenseren elkaar enigszins. Hierdoor wijkt in de KNMI'06 scenario's de gemiddelde temperatuurstijging voor Nederland slechts licht af van de mondiale temperatuurstijging. Echter in de scenario's die rekening houden met een circulatie verandering (de "+" scenario's) is de temperatuurstijging 15% (in de winter) tot 40% (in de zomer) groter dan de mondiale temperatuurstijging.

Fig.1b Zomertemperatuur (juni – augustus) in De Bilt tussen 1900 en 2005, en de vier klimaatscenario’s voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.
Fig.1b Zomertemperatuur (juni – augustus) in De Bilt tussen 1900 en 2005, en de vier klimaatscenario’s voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.

Voor de warmste zomerdagen en de koudste winterdagen neemt de temperatuur nog relatief sterk toe. In het warmste scenario (W+) neemt voor De Bilt het aantal zomerse dagen (maximum temperatuur boven de 25 °C) toe van 24 per jaar in het huidige klimaat tot 47 in de periode tot 2050. Maar ook voor meest gematigde scenario (G) is er een toename van 6 dagen per jaar. Het samenspel van hogere temperaturen en het frequenter optreden van periodes met oostenwinden in de "+" scenario's geeft een sterke toename van de kans op hittegolven in de zomer.

Waargenomen gemiddeld aantal zomerse dagen (maximum temperatuur >= 25 graden) per jaar voor 1971-2000, en voor vier plaatsen in Nederland de klimaatscenario's voor 2050. De verschillen in het aantal zomerse dagen tussen de vier plaatsen worden veroorzaakt door verschillen in het huidige klimaat.
Waargenomen gemiddeld aantal zomerse dagen (maximum temperatuur >= 25 graden) per jaar voor 1971-2000, en voor vier plaatsen in Nederland de klimaatscenario's voor 2050. De verschillen in het aantal zomerse dagen tussen de vier plaatsen worden veroorzaakt door verschillen in het huidige klimaat.