IPCC
11. Zeespiegelstijging
Toelichting op het IPCC klimaatrapport
1 maart 2007
Caroline Katsman, KNMI
Gedurende de 20e eeuw is de zeespiegel wereldwijd gestegen met ongeveer 17 centimeter. Volgens het IPCC zal de zeespiegel gedurende de 21e eeuw wereldwijd met 18 tot 59 centimeter stijgen, als gevolg van de uitzetting van het zeewater, het smelten van gletsjers en kleine ijskappen, en het gestage slinken van de grote ijskappen op Groenland en Antarctica.
Op sommige plaatsen is de afkalving aan de randen van de Groenlandse en de West-Antarctische ijskap de laatste jaren sterk toegenomen. Als deze versnelde afkalving doorzet in de 21e eeuw kan de zeespiegel verder stijgen. IPCC stelt dat een bovengrens op dit moment niet gegeven kan worden.
Verleden
Gedurende de 20e eeuw is de zeespiegel wereldwijd gestegen met ongeveer 17 centimeter. In de periode 1993-2003 is de zeespiegel bijna twee keer zo snel gestegen. Het is nog onduidelijk of deze snelle stijging langere tijd zal doorzetten of slechts tijdelijk van aard is.
Toekomst
Volgens het IPCC zal de zeespiegel gedurende de 21e eeuw wereldwijd met 18 tot 59 centimeter stijgen ten opzichte van het niveau van 1990, als gevolg van de uitzetting van het zeewater, het smelten van gletsjers en kleine ijskappen, en het gestage slinken van de grote ijskappen op Groenland en Antarctica.
Op sommige plaatsen is de afkalving aan de randen van de Groenlandse en de West-Antarctische ijskap de laatste jaren sterk toegenomen. Als deze versnelde afkalving doorzet in de 21e eeuw, stijgt de zeespiegel met nog 10 tot 20 centimeter extra. Op dit moment is niet in te schatten hoe groot de kans is dat de trend inderdaad doorzet, stelt het IPCC.
Verre toekomst
Oceanen en ijskappen reageren erg traag op veranderingen in de atmosfeer. Daarom zal de zeespiegelstijging nog eeuwen doorzetten, zelfs als de temperatuur na 2100 niet meer zou stijgen. Alleen al door de uitzetting van het zeewater zal het zeeniveau in 2300 ongeveer 30 tot 80 centimeter hoger zijn dan in de 20e eeuw.
De Groenlandse ijskap zal in dit warmere klimaat blijven slinken en dus bijdragen aan zeespiegelstijging. Modelstudies suggereren dat bij een gematigde stijging van de temperatuur de ijskap vrijwel geheel zal verdwijnen in enkele duizenden jaren.
De Antarctische ijskap blijft zó koud dat het oppervlak nauwelijks zal gaan smelten. In modelstudies neemt de sneeuwval toe, waardoor de ijskap de komende eeuwen gaat groeien. Echter, de ijskap kan netto massa verliezen wanneer blijkt dat de afkalving aan de randen dominant is.
Vergelijking met KNMI klimaatscenario’s (2006)
De klimaatscenario’s van het KNMI zijn gebaseerd op dezelfde modelstudies waarop het IPCC zich baseert. Toch komt het KNMI uit op een grotere bandbreedte: 35 tot 85 centimeter zeespiegelstijging in 2100 ten opzichte van 1990. Dit verschil van ruim 25 centimeter voor de bovengrens is het gevolg van een iets andere aanpak.
- In de KNMI scenario’s zijn regionale effecten meegenomen voor de uitzetting van het zeewater: de cijfers representeren niet het wereldgemiddelde maar de zeespiegelstijging door uitzetting in het noordoosten van de Atlantische Oceaan. Naar verwachting zal de zeespiegel daar ongeveer 0 tot 15 centimeter meer stijgen dan het wereldgemiddelde. In het noorden brengt de Warme Golfstroom (zie 13. Warme Golfstroom) water van het oppervlak naar de diepte. In het noorden warmt daarom niet alleen het zeewater aan het oppervlak maar ook dat op grotere diepte op in reactie op een stijgende atmosfeertemperatuur. Het gevolg is meer uitzetting in het noorden dan in de tropen en subtropen. De extra opwarming en de verwachte afzwakking van de Warme Golfstroom hangen met elkaar samen.
- Een ander belangrijk verschil tussen de cijfers van het KNMI en het IPCC is de bijdrage van de Groenlandse en West-Antarctische ijskap. De laatste jaren neemt bij beide ijskappen de afkalving aan de randen sterk toe. Deze waarnemingen hebben een belangrijke beperking van de huidige ijskapmodellen blootgelegd: de processen die deze toename kunnen veroorzaken ontbreken nog in de modellen. Het IPCC stelt daarom dat de gevoeligheid van de ijskappen voor opwarming van de atmosfeer groter kan zijn dan tot nu toe gedacht. In het IPCC rapport wordt de grootte van de mogelijke bijdrage van versnelde afkalving geschat op 10 tot 20 centimeter (zie boven). De bijdrage wordt apart genoemd, en niet opgenomen in de schatting voor de totale zeespiegelstijging. Gezien de mogelijk grote gevolgen voor Nederland acht het KNMI het van belang om de bijdrage van versneld afkalven mee te nemen in de bepaling van de bovengrens.
Vergelijking met de vorige versie van het IPCC rapport (2001)
In de vorige versie van het IPCC rapport (IPCC Third Assessment Report, 2001) werd uitgegaan van een wereldwijde zeespiegelstijging van 9 tot 88 centimeter. De bandbreedte in het nieuwe IPCC rapport (IPCC Fourth Assessment Report, 2007) is kleiner omdat de schattingen van de uitzetting van het zeewater zijn verbeterd en de bijdrage van gletsjers en kleine ijskappen met meer zekerheid geschat kan worden.
Met dank aan IMAU, IJs en Klimaat (Universiteit Utrecht)
Eerste uitgave:
01-03-07