De toestand van het klimaat in Nederland 2003
Voorwoord
Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties rapporteert vanaf 1990 ongeveer elke vijf jaar over de evolutie van het wereldwijde klimaat. Het rapport dat voor u ligt is deels gebaseerd op het derde ipcc rapport uit 2001. Het geeft daarnaast specifieke informatie over de Nederlandse situatie en gaat in op nieuwe wetenschappelijk ontwikkelingen.
De indeling sluit aan bij de drie hoofdvragen die centraal staan in het klimaatonderzoek van het KNMI:

Wat merken we nu al van klimaatverandering in Nederland? Deze vraag wordt beantwoord in hoofdstuk 1. Het blijkt dat Nederland warmer en natter is geworden, in overeenstemming met de wereldwijde ontwikkeling. Dat is geen vanzelfsprekend resultaat, omdat het klimaat op een specifieke locatie zeer veel grilliger is dan het wereldgemiddelde.
Hoe moeten de opgetreden veranderingen worden begrepen? De achterliggende vragen worden gesteld en deels beantwoord in de hoofdstukken 2 en 3. De klimaatvariaties in Nederland blijken voor een deel goed in de pas te lopen met de wereldwijde veranderingen. Daarnaast hebben verschuivingen in de overheersende windrichting een belangrijke invloed gehad. Dit zou een natuurlijk proces kunnen zijn, maar er zijn nu ook studies die dergelijke verschuivingen in verband brengen met de afbraak van de ozonlaag en het broeikaseffect.
Hoe ziet het toekomstige Nederlandse klimaat er uit? Er is een groeiend wetenschappelijk vertrouwen in de voorspelbaarheid van de menselijke invloed op het klimaat van de 21e eeuw. Hoofdstuk 4 schetst een beeld van het toekomstige mondiale, Europese en Nederlandse klimaat. De kernboodschap is dat Nederland naar verwachting warmer en natter zal worden.
Dit rapport beschouwt het Nederlandse klimaat vanuit een meteorologisch perspectief. De Nederlandse beleidsmaatregelen ter vermindering van het broeikaseffect worden besproken in de Milieubalans 2003 van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De gevolgen van klimaatverandering voor de natuur komen aan de orde in de Natuurbalans 2003 van het RIVM. De publiekscampagne 'Nederland leeft met water' van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat gaat uitvoerig in op de aanpassing van het nationale waterbeheer aan een gewijzigd klimaat (zie verder lezen).

Dit rapport wil u informeren over de toestand van het klimaat van Nederland. Daarnaast hopen wij dat er iets overkomt van de fascinatie voor het klimaatsysteem die de klimaatonderzoekers van het KNMI verbindt.

Prof. Dr. Joost de Jong, Hoofddirecteur KNMI
Prof. Dr. Gerbrand Komen, Hoofd Klimaatonderzoek en Seismologie

Samenvatting
Nederland is verder opgewarmd
De jaren 1990, 1999 en 2000 voeren de lijst aan van warme jaren sinds 1901. Direct daarna volgt het jaar 2002. De opwarming van het Nederlandse klimaat, die het KNMI constateerde in 'De toestand van het klimaat in Nederland 1999', zet daarmee onverminderd door. De verhoogde temperaturen hebben gevolgen voor de natuur en de samenleving. Deels in samenhang met het warmer wordende weer neemt ook de hoeveelheid neerslag toe: van 1999 tot en met 2002 was het natter dan normaal. Het aantal stormen per jaar is de laatste decennia afgenomen.

Nederlandse temperatuur volgt de wind en de opwarming van de wereld
De temperatuurwaarnemingen laten zien dat het Nederlandse klimaat voor een belangrijk deel in de pas loopt met de wereldwijde klimaatverandering. Daarnaast blijkt dat in de afgelopen jaren de opwarming in de winters en de lentes is versterkt door veranderingen in de overheersende windrichting.

Waarom zachte winters en warme lentes?
Er bestaat een wetenschappelijk vermoeden dat de veranderingen in het windklimaat samenhangen met de waargenomen afkoeling van de hoge atmosfeer boven de noordpool. Die afkoeling is veroorzaakt door de afbraak van de ozonlaag en het versterkte broeikaseffect. Op die manier is het denkbaar dat het Nederlandse klimaat ook langs indirecte weg is opgewarmd door menselijke activiteiten.

Het klimaat in de 21e eeuw
Wetenschappelijk gezien wordt nauwelijks meer getwijfeld aan een verdere wereldwijde opwarming in de loop van de 21e eeuw, als gevolg van de menselijke invloed op het klimaat. Klimaatwetenschappers schetsen het volgende toekomstbeeld:
De invloed van de mens op het wereldklimaat zal toenemen waardoor in de loop van de 21e eeuw de wereldtemperatuur verder stijgt met 1 tot 6 graden. Meer en heviger neerslag is dan het gevolg. De zeespiegel zal wereldwijd stijgen met 10 tot 90 cm.

In Nederland heeft dat verstrekkende gevolgen voor met name de waterhuishouding. Vandaar dat het waterbeleid voor de 21e eeuw nu al wordt afgestemd op het toekomstige klimaat.