Lokatie van de aardbeving bij Samoa op 29 september 2009. (Bron figuur: EMSC)
Hier botst de Pacifische plaat in westelijke richting tegen de Australische plaat met een snelheid van ongeveer 8 cm per jaar. Als gevolg van deze botsing duikt de Pacifische plaat onder de Australische plaat, dit wordt subductie genoemd. Dit is ook te zien in de schematische figuur hieronder.

De plaatgrens tussen de Pacifische en Australische plaat is een van de meest actieve aardbevingsgebieden op aarde. Ook grote aardbeving zoals de aardbeving van 29 september zijn niet ongebruikelijk. Toch is de lokatie van deze beving ver aan de noordoost kant van de subductiezone, zodat hij ondiep was en relatief dichtbij de Samoa-eilanden plaatsvond.

Het mechanisme van de aardbeving was grotendeels een afschuiving (normal faulting), waardoor er onder de oceaanbodem een grote vertikale beweging was. Dit heeft ertoe geleid dat de oceaanbodem een stuk naar beneden is gezakt, en daarmee ook de hele waterkolom die zich erboven bevond. Dat is het begin van de tsunami. Het feit dat de aardbeving onder de oceaan plaatsvond, ondiep was en een grote vertikale beweging vertoonde zijn de 'ideale' omstandigheden om een tsunami op te wekken.

Op de Samoa-eilanden zijn golven van 1,5 meter hoog gemeten, maar lokaal zijn hogere golven tot 4 meter gerapporteerd. Dit komt door de structuur van een baai, die lokaal hogere golven kan veroorzaken. Van Nieuw-Zeeland zijn er metingen van 90 cm waterhoogte en van Hawaii van 50 cm. Inmiddels zijn alle tsunami-waarschuwingen en 'watches' weer ingetrokken.