Toestand van het klimaat 1999
Voorwoord
De toestand van het klimaat in Nederland 1999
1 augustus 1999
eindredactie G.P. Können.
Dit rapport 'De toestand van het klimaat in Nederland 1999' is de derde van onze driejaarlijkse klimaatrapportages en daarmee de laatste van deze eeuw. De rapportage serie komt voort uit de gedachte dat het klimaat een kostbaar doch kwetsbaar goed is dat voortdurend bewaking behoeft.
De toestand van het klimaat in Nederland 1999
De verschijnselen van de afgelopen drie jaren verdienen in perspectief geplaatst te worden met de verschijnselen eerder in de twintigste eeuw, terwijl door de voortgeschreden kennis de karakteristieken van heden en toekomstig klimaat scherper in beeld kunnen worden gebracht.
Wij staan aan de vooravond van een wereldwijde opwarming door het broeikaseffect. De complexiteit van het klimaatsysteem brengt met zich mee dat alleen door internationale bundeling van krachten verwachtingen van het toekomstig klimaat verbeterd kunnen worden. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) brengt hiertoe elke vijf jaar een rapport uit dat de kennis over het klimaat inventariseert. De IPCC rapporten worden gezien als leidraad voor het doen van uitspraken over het mondiaal klimaat. Uiteraard dragen ook Nederlanders bij aan de totstandkoming van deze rapporten. Omdat we ons verantwoordelijk voelen voor het welzijn van de toekomstige generaties, is het goed te kunnen vaststellen dat deze rapporten inderdaad tot stappen hebben geleid om de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen structureel te beperken. Het Kyoto Protocol, waarvan de consequenties in deze klimaatrapportage zijn beschreven, vormt hiervan het recentste voorbeeld.
Sinds de publicatie van de laatste klimaatrapportage in 1996 is geen nieuw IPCC rapport verschenen, maar de wetenschap stond niet stil. Onderzoek aan klimaatvariabiliteit, met name aan de Noord-Atlantische Oscillatie en El Niño, hebben tot nieuwe en diepe inzichten geleid die het beeld aanscherpen van de komende klimaatverandering. Los van de noodzaak tot monitoring, vormt dit op zich zelf al voldoende reden om ook in dit inter-IPCC tijdperk deze nieuwe klimaatrapportage uit te brengen.
Aan het huidige rapport hebben diverse KNMI medewerkers bijgedragen, ieder naar eer en geweten vanuit hun eigen discipline. Vanuit hun specialisatie is er hierdoor specifieke kennis aangedragen die elders nauwelijks voorhanden is. De bundeling van deze kennis verhoogt de waarde van dit rapport.
Dr H.M. Fijnaut, Directeur KNMI
Dr A.P.M. Baede, Hoofd Sector Klimaatonderzoek en Seismologie KNMI
Eerste uitgave:
01-08-99