Toestand van het klimaat 1993
Voorwoord
De toestand van het klimaat en van de ozonlaag in Nederland 1993
30 maart 1993
Dr. H.M. Fijnaut Hoofddirecteur van het KNMI
Het broeikaseffect bestaat, daar is geen twijfel over. Tezamen met de ozonlaag, die ons beschermt tegen schadelijke straling van de zon, vormt het zelfs een essentiële voorwaarde voor het leven op aarde. Door menselijk handelen verandert de samenstelling van de atmosfeer. Het broeikaseffect wordt daardoor versterkt en de ozonlaag afgebroken. Het leefklimaat op aarde zal dan ook veranderen.
De toestand van het klimaat in Nederland 1993
De gevolgen voor het Nederlands klimaat van een versterkt broeikaseffect zijn onzeker. Bovendien denkt men verschillend over de ernst van klimaatverandering. Sommigen zijn van mening dat de Nederlandse samenleving niet erg klimaatgevoelig is. Dat mag misschien juist zijn voor temperatuurstijgingen, maar het omgaan met de gevolgen van een versnelde zeespiegelstijging of een veranderde zoetwater aanvoer levert wel problemen op. Door afbraak van de ozonlaag zal meer ultra-violette zonnestraling het aardoppervlak bereiken. Dit kan schadelijke gevolgen hebben voor levende organismen.
Het is daarom belangrijk het klimaat en de ozonlaag zorgvuldig in de gaten te houden. Hoe veranderen ze van nature en welke veranderingen zijn het gevolg van menselijke activiteiten; wat weten we zeker en wat is onzeker; welke signalen vangen we nu op en wat moeten of kunnen we daarmee. Antwoord op dergelijke vragen is nodig als we voor ingrijpende maatregelen staan. De huidige maatschappelijke en politieke discussie gaat daar ook over. Het besef dat de mensheid niet meer alleen regionaal en lokaal het eigen leefklimaat beïnvloedt, maar nu ook op mondiale schaal, speelt daarbij een grote rol.
Ook internationaal wordt dit onderkend: het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties heeft in zijn rapporten de kennis over het broeikaseffect in beeld gebracht. Zij zal dit ook in de toekomst blijven doen. De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) rapporteert elke twee jaar over de toestand van de ozonlaag.
Dit rapport bouwt daarop voort; gegeven de mondiale ontwikkelingen wordt de toestand bezien van het klimaat en de ozonlaag in Nederland. Voor wat betreft het klimaat beperken we ons tot enkele parameters: temperatuur, neerslag en wind.
De beperkte voorspelbaarheid van het klimaatsysteem geeft het probleem een extra dimensie. Het Nederlands klimaat zou in de komende eeuw een onverwachte wending kunnen nemen. Zekerheid over de gevolgen van een versterking van het broeikaseffect is nu niet, en wellicht nooit, te geven. Onderzoek is nodig om de eigenschappen van het klimaatsysteem beter te leren kennen en de gevoeligheid van ons klimaat voor verstoringen te bepalen.
Het KNMI neemt de dreiging zeer serieus. Deze rapportage wordt daarom periodiek herhaald. Veranderingen in het klimaat en de ozonlaag kunnen dan tijdig gesignaleerd worden.
Dr. H.M. Fijnaut
Hoofddirecteur van het KNMI
Eerste uitgave:
30-03-93