De toestand van het klimaat in Nederland 1993

  • Wereldwijd is de temperatuurde afgelopen eeuw toegenomen.Wij hebben geen reden aan dit gegeven te twijfelen. Met het IPCC zijn we echter van mening dat de ontwikkeling in de temperatuur van de afgelopen eeuw niet met zekerheid toe is te schrijven aan het versterkte broeikaseffect. De toch nog beperkte kennis en de natuurlijke variabiliteit van het klimaat zijn de belangrijkste oorzaken daarvan.
  • De kans dat de mondiale temperatuur verder toe neemt is groot. De verstoring van het klimaatsysteem door het Broeikaseffect gaat gestaag door. Het staat fysisch vast dat dit wereldwijd tot hogere temperaturen moet leiden. Uit de toename van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer is een toename van de stralingsforcering te berekenen. Voor de nabije toekomst, begin volgende eeuw, zal dit vrij zeker leiden tot een temperatuurstijging op aarde met tenminste 1 °C. Deze stijging kan tegengewerkt worden door koelende effecten, bijvoor- beeld door stijging van de hoeveelheid aërosolen in de atmosfeer. Die effecten hebben een veel kortere tijdschaal dan het Broeikaseffect, een structureel tegenwicht kan het daarom niet zijn.
  • In Nederland is de temperatuur de afgelopen jaren abnormaal hoog geweest.
  • Vanaf het eind van de vorige eeuw tot in de jaren zeventig schommelde de jaargemiddelde temperatuur constant rond een gemiddelde van 9.1 °C. Vier van de vijf laatste jaren wijken daar significant vanaf. Het gaat hier dus om een uitzonderlijk verschijnsel: het is onwaarschijnlijk dat de natuurlijke variabiliteit van een niet-veranderend klimaat zo'n groep van warme jaren teweegbrengt. Er lijkt dus sprake van een klimaatverandering, passend in het beeld van een temperatuurstijging door het Broeikaseffect. Het kan echter ook een natuurlijke klimaatschommeling zijn. Reden om de temperatuur in De Bilt de komende jaren zorgvuldig te volgen.
  • Het wind- en neerslagklimaat in Nederland vertonen geen tekenen van systematische verandering. Zowel voor de wind als voor de neerlag geldt dat het verloop van jaar op jaar veel grilliger is dan dat van de temperatuur. Het is daarom moeilijker om systematische veranderingen in het wind- en neerslagklimaat vast te stellen. Vast staat dat de abnormaal hoge temperaturen van de afgelopen jaren niet gepaard zijn gegaan met overeenkomstig grote afwijkingen in wind en regen. Ook uit klimaatmodellen is het nog niet absoluut duidelijk in welke richting wind- en neerslagklimaat veranderen als de temperatuur toeneemt.
  • De ozonlaag wordt door chloor en broom afkomstig uit CFKs en Halonen aangetast, in het bijzonder boven Antarctica. Het KNMI heeft geen reden aan deze bevinding, van onder meer de WMO, te twijfelen. De voorgenomen maatregelen, vastgelegd in het Montreal Protocol en de aanscherpingen daarvan, bieden op termijn echter wel uitzicht op een volledig herstel van de ozonlaag. Nieuw punt van zorg is dat de wederzijdse beïnvloeding van het Broeikaseffect en de ozonhuishouding onvoldoende bekend is.
  • De dikte van de ozonlaag boven Nederland varieert sterk. Er zijn korte perioden met extra ozonvermindering waargenomen. Deze konden direct in verband worden gebracht met uitzonderlijke weersomstandigheden. Er is ook een lange-termijn trend. Over de periode 1978-1990 is boven het Noordelijk Halfrond, ook boven onze breedte, een statistisch significante afname van de totale hoeveelheid ozon geconstateerd van enkele procenten. Er is echter nog geen toename van de hoeveelheid UV-B straling op zeeniveau gemeten.
  • Waakzaamheid is geboden.De potentiële gevolgen van het Broeikaseffect, de invloed van CFK's en Halonen op de ozonlaag en het abnormale gedrag van de temperatuur in Nederland in de afgelopen jaren, nopen tot zorgvuldige waarneming en analyse van weer, klimaat en ozonlaag.