satellietfoto 24 februari met onweerscomplexen
Het rampgebied kreeg op 22 en 23 februari 2000 de tropische cycloon Leon-Eline (de cycloon begon zijn leven als Eline) met windsnelheden van 220 km/h. Landinwaarts nam de wind af maar viel opnieuw veel regen: Zimbabwe kreeg tussen 200 en 600 mm en Kezi registreerde zelfs 1038 mm (bron: Jan Visser). Daarna dreigde een nieuwe tropische cycloon Felicia maar deze boog nog voor Madagascar naar het zuiden af. De tropische cycloon Gloria, die begin maart actief was, trok in betekenis afnemend over Madagascar in zuidwestelijke richting en liet Mozambique ongemoeid. Het eiland kreeg echter een enorme zondvloed te verwerken: in Mananjary in het oosten van Madagsacar viel in twee dagen 427 mm. Ook is het tot enorme overstromingen gekomen en zijn slachtoffers gevallen. Het natte weer in 2000 hing samen met La Niña, de relatief lage zeewatertemperatuur nabij de evenaar in het oostelijke deel van de Stille Oceaan. Het zuidoosten van Afrika heeft in een La Niña-jaar in december-februari een grotere kans op een natte en koele periode.

Het langgerekte Mozambique, met een kuststrook van 2000 kilometer lengte, kent een tropisch klimaat. De periode november-maart is het regenseizoen, maar aan de noordelijke kust duurt de natte tijd enkele weken langer. Met overdag temperaturen van gemiddeld 30 graden is dit de warmste tijd. Tropische cyclonen kunnen veel regen brengen en schade aanrichten.

Gemiddeld hebben de hooglanden en de zuidelijke kust de meeste regen. Een van de natste plaatsen is kustplaats Beira op bijna 20 graden Zuiderbreedte. In een jaar valt hier ruim 1500 mm, waarvan februari bijna 300 mm voor zijn rekening neemt. Tussen november en maart valt hier 1200 mm. Alleen al in de laatste negen weken is in het gebied van Mozambique en Zimbabwe lokaal meer dan 1500 mm gevallen, zo'n 1000 mm meer dan normaal is voor die periode.