Hoeveelheid ijs in Europa. In de Oostzee beperkte het ijs zich tot een gebied langs de kust. In 1986 was de Oostzee voor het laatst voor de helft bedekt met ijs.
Vooral de vele sneeuw was uitzonderlijk, niet alleen in ons land. Het noordoosten en oosten van Duitsland kreeg het zwaar te verduren met flinke sneeuwstormen die veel wegen blokkeerden. Het eiland Rügen was enige tijd via de weg onbereikbaar. Ook Frankrijk en Spanje hadden vaak te maken met sneeuw zelfs in maart nog. Zelfs aan de Franse en Spaanse kust van de Middellandse Zee viel begin maart nog flink wat sneeuw die problemen opleverde. Uitzonderlijk was ook noodweer dat de Canarische Eilanden en Madeira trof en leidde tot catastrofale modderstromen. In het centrale deel en oosten van Europa zijn de afgelopen maanden herhaaldelijk temperaturen gemeten tussen -20 en -30 graden, in het noordoosten van Europees Rusland vroor het zelfs 45 tot 50 graden.

Terwijl Europa en het oosten van Verenigde Staten gebukt gingen onder de kou was het elders in de wereld, waar het gewoonlijk koud is, juist heel zacht. De ongebruikelijke verdeling van warm en koud in de afgelopen winter werd veroorzaakt door bekend patroon van afwijkende luchtstromingen, dat de Arctische Oscillatie genoemd wordt.
Afwijking van het sneeuwdek gemiddeld over de winter van 2010: meer sneeuw in de VS, Europa en China, minder sneeuw in Centraal Azie (bron: NOAA)
Afwijking van het sneeuwdek gemiddeld over de winter van 2010: meer sneeuw in de VS, Europa en China, minder sneeuw in Centraal Azie (bron: NOAA)

De afgelopen winter was de luchtdruk in de poolstreken veel hoger dan normaal terwijl deze bij de subtropische Atlantische en Stille Oceaan juist lager was. Dat resulteerde in een sterk negatieve Arctische Oscillatie (AO). De AO-index was zelfs de laagste sinds het begin van de metingen in 1900. Vertaald in wind betekent dat een overheersend noordenwind in Siberië, een meest oostelijke wind in Noord-Europa en ons land en een zuidenwind bij Groenland. Een dergelijk stromingspatroon staat garant voor de verdeling van warme en koude lucht over de aarde zoals de afgelopen winter plaatsvond. De afwijking naar de warme kant met name in Noord-Afrika en het noordoosten van Canada inclusief Groenland was groter dan de afwijking naar de koude kant in Europa.

De uitersten hadden echter nauwelijks effect op de wereldgemiddelde temperatuur: de koude noordenwind werd elders gecompenseerd door een warme zuidenwind. Het naijlende effect van El Niño draagt wel bij aan de wereldgemiddelde temperatuur. Gemiddeld over de hele wereld hoorden januari en februari zelfs tot de warmste maanden van de meetreeks, waarbij februari nog iets warmer was dan januari.

Verwacht wordt dat de temperatuur gemiddeld over de wereld de komende maanden relatief hoog blijft, maar hoe die warmte regionaal over de aarde verdeeld wordt, dus waar het warmer of kouder wordt, is op de lange een termijn moeilijk te voorspellen.