Aanleiding
Formeel is over de uitwisseling van meetgegevens veel geregeld (op wereldschaal door de Wereld Meteorologische Organisatie waarvan bijna alle nationale weerdiensten lid zijn), maar in de praktijk zijn er grote obstakels. Bijvoorbeeld in Europa blijven de databases vooral een nationale aangelegenheid. Alleen al door het grote aantal verantwoordelijke instanties kost het individuele wetenschappers moeite om toegang te krijgen. Voor de meeste landen geldt bovendien dat de weerdiensten van overheidswege een deel van hun onkosten moeten terugverdienen door vergoedingen te vragen voor data leveranties. Door deze obstakels bestaat er geen formeel inzamelpunt dat afdoende is gevuld met gegevens van meetstations die verspreid liggen over Europa, laat staan de wereld.

Historie
Zo’n tien jaar geleden was het een levensgroot probleem om in het bezit van klimaatwaarnemingen te komen. De meeste weerdiensten hadden behalve een publieke ook een commerciële afdeling. Meetgegevens werden angstvallig bewaakt en voor veel geld en strikte condities aan geïnteresseerden verkocht. De data mocht niet worden doorgegeven en de koper moest de gestuurde kopie na afloop van het project vernietigen. Slechts in enkele landen was de situatie beter. Bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, waar de publieke en private taken toen al gescheiden waren, konden alle klimaatgegevens vrij worden opgehaald.

Afwijking van de oppervlaktetemperatuur winter 2010 ten opzichte van 1971-2000 in de CRUTEM3 dataset
De totstandkoming van de CRU, GISS en NCDC datasets
Ondanks de moeilijkheden hebben enkelen, waaronder James Hansen (NASA/GISS), Phil Jones (CRU) en Russell Vose (NOAA/NCDC), al vroeg de noodzaak van vrije toegankelijkheid van waarnemingen ingezien. Zij hebben zich persoonlijk ingezet om van allerlei weerdiensten en onderzoekers zoveel mogelijk maandgemiddelde waarnemingen bij elkaar te brengen. Meestal gold daarbij de conditie dat de data aan niemand anders mocht worden doorgegeven. Dus, de transparantie en openheid die de wetenschappers nastreven wordt op dit moment nog belemmerd door de datapolitiek van nationale overheden. Op basis van hun datasets zijn analyses van de gemiddelde temperatuurstijging op aarde gemaakt, die vervolgens wel voor iedereen beschikbaar waren. Dit monitoren van de temperatuurstijging op aarde en de analyses van vooral CRU, NASA en NCDC zijn zeer waardevol gebleken voor de rapporten van het IPCC, het panel van de Verenigde Naties dat periodiek aan beleidsmakers rapporteert over klimaatverandering.

Maximumtemperatuur op 28 april 2010 uit de KNMI-dataverzameling
Nederlandse data
In Nederland is het KNMI verantwoordelijk voor de meetdata van de Nederlandse stations. In 1999 werd het KNMI gesplitst in een publiek gedeelte en een commercieel bedrijf (HWS). Vrij snel daarna werden de maandgemiddelde data vrijgegeven op de KNMI web site. In 2002 volgden de dagelijkse data van 6 hoofdstations, en in 2009 werden alle dagelijkse data van 33 automatische weerstations en 325 regenmeters vrijgegeven. Volgens plan zullen volgend jaar ook de 10-minuten data op internet beschikbaar komen. Nederland zit hiermee samen met Noorwegen in de kopgroep van Europa. Pas de laatste jaren beginnen andere Europese weerdiensten dagelijkse data op hun websites vrij te geven.

Aantal vorstdagen (minimumtemperatuur onder nul) in de koude winter van 2010: afwijking ten opzichte van normaal (1961-1990 gemiddelde)
Aantal vorstdagen (minimumtemperatuur onder nul) in de koude winter van 2010: afwijking ten opzichte van normaal (1961-1990 gemiddelde)
Europese data
Het KNMI besefte al vroeg dat zelfs als data bij de afzonderlijke weerdiensten te verkrijgen zijn, er veel obstakels zijn alvorens iets kan worden gezegd voor een groot aantal landen tegelijk. Dat komt deels door de onvergelijkbaarheid van de nationale archieven. Onder auspiciën van de samenwerkende Europese weerdiensten begon het KNMI in 1998 het European Climate Assessment & Dataset project. Dat moest een overzicht geven van veranderingen in het klimaat in Europa (inclusief extremen). Daarvoor was een goede verzameling dagelijkse waarnemingen nodig. Het is de leiding van dit project gelukt om van bijna alle Europese landen enkele dagelijkse tijdreeksen te krijgen die publiek toegankelijk zijn op de project website eca.knmi.nl. Dit aantal is ondertussen sterk gegroeid, maar helaas is een groot aantal reeksen in die database nog steeds niet publiek. Alle data mogen wel worden gebruikt voor afgeleide producten.
Macimum temperatuur 4 augustus 2003 in de E-OBS dataset
Zo zijn bijvoorbeeld voor het EU-project ENSEMBLES dagwaarden op een regelmatig rooster met een resolutie van 25km samengesteld. Deze E-OBS dataset is sinds 2008 beschikbaar en voor iedereen te downloaden. Sinds kort wordt ze elke maand aangevuld met de laatste waarnemingen.

Wereldwijde data
Een voorbeeld van een analyse met de Climate Explorer
Ook wereldwijd zijn er de afgelopen tien jaar steeds meer datasets vrijgekomen, eerst alleen maandgemiddeld maar later ook steeds meer dagelijkse data. Van deze ontwikkeling hebben we geprofiteerd met de KNMI Climate Explorer, een web applicatie om klimaatdata te bekijken en te analyseren. De enige waarnemingen in de eerste versie van 1999 waren de GHCN stationsdata van het Amerikaanse NCDC en de temperatuurvelden van het eerder genoemde CRU. Daar zijn in de loop der jaren vele datasets bijgekomen van temperatuur, neerslag, luchtdruk, oceaanstromingen, sneeuw, ijs, wolken, etc. Binnen de webomgeving kunnen deze data uitgebreid geanalyseerd worden, bijvoorbeeld door trends uit te rekenen, de kans op extreme gebeurtenissen te schatten, correlaties met andere weerfenomenen zoals El Niño te bepalen, etc.

Klimaatmodel data
Stijging lokale temperatuur als functie van de wereldgemiddelde temperatuur in een klimaatmodel
Waar meetgegevens door de versnipperde verantwoordelijkheid traditioneel lastig toegankelijk zijn, ligt de situatie bij de data van klimaatmodellen iets minder gecompliceerd. Het aantal centra dat klimaatmodellen heeft en deze data produceert is beperkt. Maar ook voor de uitvoer van klimaatmodellen geldt dat deze steeds beter toegankelijk is geworden. Voor het derde IPCC Assessment Report (TAR) was inzage van de modeluitvoer voor wetenschappers die niet direct betrokken waren slechts beperkt mogelijk, en alleen nadat het rapport was gepubliceerd. Voor het vierde rapport (AR4), dat in 2007 verscheen, is alle data binnen het CMIP3 project in de Verenigde Staten samengebracht. Dit is een grote hoeveelheid data, die door duizenden wetenschappers is geanalyseerd en met de werkelijkheid is vergeleken. De eerste resultaten hiervan zijn samengevat in het AR4, maar nog steeds wordt deze dataset wereldwijd gebruikt. Een subset van de meest opgevraagde velden is ook op de Climate Explorer beschikbaar, en wordt door klimaatonderzoekers en geïnteresseerden bewerkt en geanalyseerd. Recent zijn ook de Europese data van de berekeningen met regionale klimaatmodellen uit het ENSEMBLES project beschikbaar gekomen. Ook hiervan is een subset aan de Climate Explorer toegevoegd.

De "pagode" meetopstelling waarmee tot 1950 in De Bilt de temperatuur gemeten werd.
Toekomst

Aan betere toegankelijkheid van data is nog veel werk te doen. Als onderdeel van zijn takenpakket bewerkt en analyseert het KNMI ook meetgegevens. Het gaat dan bijvoorbeeld om de metingen die door de jaren heen, onder verschillende omstandigheden, zijn verricht op de Nederlandse meetstations. De resultaten van dit onderzoek worden dienstbaar gemaakt aan de wetenschap en samenleving. Het KNMI spant zich in om alle onderliggende informatie beschikbaar te maken via internet. Openheid en transparantie staan daarbij voorop.

Conclusie
De afgelopen tien jaar heeft het KNMI een actieve rol gespeeld bij het vrij beschikbaar maken van klimaatdata. Voor Nederland is ondertussen bijna alles vrij beschikbaar, maar er is nog veel werk nodig om de reeksen te corrigeren voor veranderde meetmethodes en meetomstandigheden. We doen ons best om ook in Europees verband zoveel mogelijk data te ontsluiten. Het KNMI werkt daarvoor in een aantal projecten samen (o.a. met het eerder de genoemde CRU, GISS en NCDC). Ook vrij beschikbare wereldwijde data wordt door ons op een laagdrempelige wijze gepresenteerd. Alle genoemde bronnen worden in binnen- en buitenland veelvuldig gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Klimaatonderzoekers gebruiken de meetgegevens voor het monitoren van klimaatverandering en het verbeteren van de modellen waarmee verwachtingen van de toekomstige ontwikkelingen van het klimaat worden gemaakt. Ook buitenstaanders kunnen de waarnemingen en modeldata op de KNMI site gebruiken om de ontwikkeling van het klimaat te analyseren.