Nader Verklaard
Overstromingen Midden-Europa
3 juni 2010 -
De overstromingen in Midden Europa horen tot de ernstigste van de laatste anderhalve eeuw. Nieuwe regenval ten noorden van de Alpen en in Midden Europa zorgen opnieuw voor wateroverlast. In het Oostenrijkse Aschau werd donderdagochtend 150 mm gemeten. In het zuidoosten van Duitsland kan lokaal nog 100 tot 120 mm vallen. In mei viel vooral in het zuiden van Polen en het grensgebied met Tsjechië viel uitzonderlijk veel regen, in enkele dagen lokaal bijna 300 mm.
Overstromingen komen in Midden-Europa in de zomer geregeld voor en een enkele maal leidt dat tot een ramp zoals dit jaar. In de 20e eeuw werd het gebied van de Oder en Neisse in 1903, 1930 en 1997 overstroomd. In de zomer van 1997 was de toestand ook rampzalig en kwamen grote gebieden onder water te staan. Oorzaak van deze ramp was de regen in het Sudetengebergte op de grens van Tsjechië en Polen. Door de grote verschillen in hoogte in de Sudeten zoekt het water een uitweg via de snel stromende rivieren.
De zwaarste buien ontstaan in het Alpengebied en Midden-Europa wanneer warme vochtige lucht uit het gebied van de Middellandse Zee wordt tegen de hellingen opgestuwd of koelere lucht tegen de noordelijke hellingen. De stijgende lucht leidt in het overgangsgebied tussen warme en koelere lucht tot zware buien. Zo'n situatie met een hardnekkige depressie boven Midden-Europa kan dagen duren en steeds terugkeren.
Overstromingen doen zich in Midden-Europa hoofdzakelijk in de zomer voor; de winter is daar doorgaans koud en droog. Heel anders dan in ons land waar de rivieren gewoonlijk in het winterhalfjaar de hoogste stand bereiken. Die overstromingen zijn het gevolg van een samenloop van omstandigheden: eerste zware sneeuwval, gevolgd door snelle dooi en hevige regenval in de stroomgebieden van Maas en Rijn. Belangrijk is in welk gebied de regen valt: het zwaartepunt kan ook in de Alpen of de Duitse Middelgebergten liggen. In zo'n geval komt het water in de Rijn en de Main terecht.
Berucht zijn de overstromingen in het oosten van Duitsland en Tsjechië in 1845 en 1890. In 1845 vond de overstroming echter plaats in het voorjaar als gevolg van een combinatie van smeltende sneeuw en regen. De ramp in 1890 vond plaats in september en was wel geheel te wijten aan extreme regen, vooral midden juli, eind augustus en begin september. Het zwaartepunt van de regenval lag toen boven het oostelijke deel van het centrale Alpengebied en het Rijndal, waar in een week lokaal 555 mm viel.
Eerste uitgave:
26-05-10
Laatste wijziging:
03-06-10