Naderend complex met valwinden tijdens het noodweer van 14 juli 2010 rond half zeven nabij Vethuizen (foto: Y. van der Heijden)
Vandaar dat de lucht vooral daalt in dat deel van de bui waar ook neerslag valt. De eerste windstoten treden dan ook meestal op aan de rand van de bui. Het gebied met windstoten kan soms enkele kilometers breed zijn.

De wind aan het aardoppervlak steekt al op voor de eerste druppels vallen. De zware bui is nog op afstand terwijl de wind binnen een paar minuten kan toenemen tot meer dan 100 km/uur. Dat is heel verraderlijk, zeker voor watersporters die geen kant meer op kunnen en ook voor het wegverkeer.
Dwarsdoorsnede van een zware onweersbui, die van links naar rechts beweegt. Pijlen geven de luchtstroming weer. Dikke, naar beneden gerichte, de door neerslag afgekoelde koude lucht. Deze lucht dringt zich aan de voorzijde van de bui onder de warme lucht en vormt zo het gevaarlijke windstotenfront met soms grote veranderingen in de horizontale en vertikale wind (Bron: Kees Floor, Weerkunde voor iedereen)
Dwarsdoorsnede van een zware onweersbui, die van links naar rechts beweegt. Pijlen geven de luchtstroming weer. Dikke, naar beneden gerichte, de door neerslag afgekoelde koude lucht. Deze lucht dringt zich aan de voorzijde van de bui onder de warme lucht en vormt zo het gevaarlijke windstotenfront met soms grote veranderingen in de horizontale en vertikale wind (Bron: Kees Floor, Weerkunde voor iedereen) .


Het windveld bij een buienwolk kan ook scherper begrensd zijn. De kou stort dan in een klein gebied met een doorsnede van slechts een kilometer omlaag. De lucht raakt daarbij in een versnelling waardoor de wind toeneemt. Op het aardoppervlak zoekt de kou met die enorme snelheid een weg in allerlei richtingen. De lucht spat als het ware uiteen. Zo’n valwind of downburst, zoals dat ook wordt genoemd, is vooral gevaarlijk door de plotselinge windtoename. De krachten die vrijkomen zijn groot en kunnen in een gebied van vele honderden meters breed en kilometers lengte schade aanrichten. Bij een valwind liggen de getroffen objecten in min of meer rechte lijnen in de richting van de wind.

Valwinden worden vaak verward met windhozen, die ook veel schade kunnen aanrichten. De schade bij een hoos is echter geconcentreerder. Een spoor van vernieling verraadt waar de slurf van de windhoos het aardoppervlak raakte. Van een windhoos is sprake als de slurf die vanuit de wolk omlaag komt contact heeft gemaakt met de grond. Bij een windhoos wordt materiaal opgezogen dat vele tientallen kilometers verder wordt gedeponeerd.

Vaak blijft het bij een windhoos in wording waarbij het slurfje als een uitstulping onder de wolk zichtbaar is. Bij een valwind treedt geen slurf op, maar de wind kan wel leiden tot wervelingen. De weerkundigen noemen wervelingen aan de zijkant van het gebied met valwinden gustnado’s. Zulke wervelingen duren hooguit enkele minuten en vaak veel korter. Ze bereiken een hoogte van één tot enkele meters. In tegenstelling tot een windhoos heeft een gustnado geen contact met de wolk, maar er treden wel lokale versnellingen van de wind op. Valwinden die vergezeld gaan van gustnado’s kunnen windsnelheden bereiken van 200 tot 250 km/uur.

Berucht zijn de valwinden bij Borculo op 10 augustus 1925. Lange tijd werd die ramp aangeduid als een tornado maar onderzoek wees op valwinden mogelijk met gustnado’s. Op 14 juli 2010 werd een camping bij Vethuizen zeer waarschijnlijk ook door valwinden getroffen.