25 augustus 2010 -
De hevige regen die heeft geleid tot de watersnoodramp in Pakistan hangt samen met een zeer sterke moesson. Dat is het natte seizoen van het jaar. Zoals Nederland zijn seizoenen kent, zijn er op aarde ook tropische gebieden met een droge tijd en een regentijd. De natte tijd wordt moesson genoemd naar het Arabische "mausim" (seizoen).
Nooit zag ik zo'n grote ramp (Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties)
De moesson is dit jaar uitzonderlijk sterk vanwege een warme Indische oceaan en de aanwezigheid van een La Niña. Tijdens een La Niña is een groot gedeelte van de tropische Stille Oceaan kouder dan normaal. Dit heeft veel invloed op de luchtbewegingen in de tropen en versterkt de Aziatische moesson. De winden die de regen brengen kwamen veel verder naar het noordwesten dan gewoonlijk in Pakistan met alle gevolgen vandien.
Op verschillende weerstations in Pakistan zijn eind juli etmaalhoeveelheden gemeten tussen 190 en 280 mm. De maand juli leverde lokaal recordhoeveelheden van 550 mm op. Dat is voor sommige plaatsen ongeveer tien keer de normale maandsom. Peschawar, waar zo’n 400 mm viel, bijvoorbeeld krijgt in een normale juli 46 mm. Volgens gegevens van het meteorologisch instituut van Pakistan is dat in de meetreeks van 150 jaar nog niet eerder voorgekomen.
Pakistan (Bron: VWK)
Pakistan kent heel verschillende klimaatzones. Het land wordt aan weerszijden door bergen begrensd en heeft in het midden een laagland. In het noorden en westen heerst een berg- en plateauklimaat met kou en sneeuw in de winter, in het laagland een droog steppeklimaat met een scherp afgebakend regenseizoen. In het oosten en zuiden heerst een woestijnklimaat met het hele jaar hoge temperaturen en weinig regen.
De moessonregens met drukkend warm weer komen tussen juni en oktober voor. Daarna volgen een aantal droge maanden met veel zon en koude nachten. Vanaf maart stijgt de temperatuur aanzienlijk en wordt het heet en stoffig tot in juni het regenseizoen weer begint. Hat warmst is Jacobabad met in de zomer een etmaalgemiddelde temperatuur tussen 33 en 37 graden en maxima die gemakkelijk tot 50 graden kunnen oplopen. Tussen maart en juni kunnen zich hevige onweersbuien ontwikkelen, die vaak vergezeld gaan van stofstormen. In het woestijngebied in het zuiden valt aanmerkelijk minder neerslag. Aan de kust van de Arabische Zee regent het ’s zomers nauwelijks, maar is het wel drukkend warm. De bergen in het noorden en westen vangen de meeste regen tijdens de moesson.