Weerstation in Oymyakon, een van de koudste plaatsen van het Noordelijk Halfrond. (bron: meteonet)
Nu komt 40 graden vorst zeker in het continentale gebied bij de poolcirkel, waar de zon in de winter in de poolnacht zo'n 50 dagen achtereen niet boven de horizon komt wel vaker voor, maar zo'n serie diepvriesdagen is ook hier uitzonderlijk. Het uiterst noordelijk dichtbij zee gelegen Narjan Mar in Rusland, heeft in februari een gemiddelde temperatuur van -18 graden; overdag vriest het er gewoonlijk zo'n 14 graden en 's nachts is -22 graden normaal. Op 10 februari 1998 wezen de thermometers daar -45,5 graden en andere plaatsen in de buurt waren met -43 en -44 graden nauwelijks minder erg. Op 17 februari 1998 meldde Pecora in Rusland opnieuw -44,4 graden. Het uiterste noorden van Scandinavië deed er nauwelijks voor onder en op diverse plaatsen in het noorden van Noorwegen, Zweden en Finland zijn in 1998 met 40 tot 45 graden vorst nieuwe records bijgeschreven. Absolute records werden niet geboekt: het record voor Noorwegen -51,4 graden op 1 januari 1886 in Karasjok.Voor Zweden bedraagt het minimum van de eeuw -53,5 graden in december 1941 in Laxbäcken. In het noorden van Finland staat het record op -50,4 in 1985.

In Noord-Europa lag in 1999 zo'n 70 centimeter sneeuw, maar in 1998 was het sneeuwdek nog dikker. In het noorden van Lapland rapporteerde het Finse weerstation Sodankyla een sneeuwdikte van 98 cm, waarmee het februarirecords van 91 cm uit 1973 is overtroffen. Het noordwestn van Zweden tekende sneeuwdieptes op tot 135 cm. In het algemeen wordt pas in maart of april de dikste sneeuwlaag gemeten: het eeuwrecord voor Finland bedraagt 190 cm op 19 april 1997.