Klimaatverandering door het versterkte broeikaseffect treedt volgens Sigmond niet alleen op nabij het aardoppervlak, maar ook op grotere hoogten. Het promotieonderzoek laat zien dat de veranderingen in de stratosfeer (de atmosferische laag tussen 15 en 50 km hoogte) in de winter leiden tot sterkere westenwinden in de onderste laag van de atmosfeer, de troposfeer. Hierdoor wordt meer relatief zachte oceaanlucht naar Europa getransporteerd.

Sigmond verhoogde in een numeriek klimaatmodel de hoeveelheid broeikasgassen in verschillende luchtlagen afzonderlijk. Opmerkelijk genoeg bleek toen dat een verhoging van de hoeveelheid broeikasgassen in alleen de stratosfeer in de winter leidde tot grote veranderingen in de wind in de onderste lagen van de atmosfeer. In een soortgelijk experiment waarbij alleen de hoeveelheid broeikasgassen onderin de atmosfeer werd verhoogd traden deze windveranderingen niet op. Daaruit blijkt volgens de promovendus dat veranderingen in het windklimaat in de troposfeer voornamelijk veroorzaakt worden door klimaatveranderingen in de stratosfeer. De onderzoeker pleit er dan ook voor dat de stratosfeer goed wordt beschreven in de klimaatmodellen.

De berekeningen laten bovendien zien dat het versterkte broeikaseffect leidt tot een sterkere circulatie in de stratosfeer, hetgeen het herstel van de ozonlaag vermoedelijk enigszins zal versnellen.

Eerder dit jaar concludeerde het KNMI in zijn klimaatrapport dat de waargenomen opwarming in Nederland in grote lijnen in de pas loopt met de wereldwijde klimaatverandering. De opwarming werd bovendien versterkt doordat het vaker uit het zuidwesten waaide, vooral in de late winter en het vroege voorjaar. Het promotieonderzoek bevestigt het vermoeden dat dit veranderde windklimaat voornamelijk wordt veroorzaakt door stratosferische klimaatveranderingen.