Voorspelbaarheid van de atmosfeer

Fouten in een verwachting worden veroorzaakt door, enerzijds, onvolkomenheden in het weermodel, en anderzijds, voor een belangrijk gedeelte door onnauwkeurigheden in de uitgangstoestand van de verwachting. De uitgangstoestand wordt vastgelegd door metingen van luchtdruk, wind, temperatuur en luchtvochtigheid over de gehele aardbol. Hoe groter de fouten in de metingen, hoe onbetrouwbaarder de verwachting wordt en hoe minder ver vooruit de verwachting bruikbaar is. We denken dat we nooit verder dan 1 tot 2 weken vooruit het weer kunnen voorspellen.
Dit is echter een gemiddelde schatting. De mate van groei van fouten en de afname van de betrouwbaarheid hangt bovendien af van de heersende luchtstromingen: Bij sommige stromingspatronen in de atmosfeer zullen de fouten sneller toenemen dan bij andere. Gevolg: de ene dag kan je voor verder vooruit het weer voorspellen dan de andere dag.