|
Klimaat
Veelgestelde vragen
Gevolgen
In
de afgelopen eeuw is de temperatuur in Nederland met circa 1 °C gestegen (tegen
circa 0,7 °C wereldwijd) (zie vraag Is klimaatverandering gestopt sinds
1998?). Momenteel zijn er in Nederland nauwelijks ernstige problemen die
door klimaatverandering worden veroorzaakt. Het klimaat verandert echter wel degelijk.
De door mensen veroorzaakte opwarming heeft wereldwijd in de afgelopen drie decennia
een waarneembaar effect op veel fysische en biologische systemen veroorzaakt.
De veranderingen voor Nederland en de wereld in de afgelopen eeuw worden hieronder
kort besproken.Zeespiegelstijging en rivierafvoer De
zeespiegel is in de 20e eeuw wereldwijd met zon 17 cm gestegen. In de periode
1993-2003 is de snelheid van zeespiegelstijging bijna verdubbeld ten opzichte
van de periode 1900-1992. Het is nog onduidelijk of deze snelle stijging zal doorzetten
of slechts tijdelijk van aard is. Talrijke lange termijn veranderingen in het
klimaat zijn waargenomen op de schaal van continenten, regio's en oceaanbekkens.
Deze omvatten veranderingen in temperatuur en ijsmassas in het Noordpoolgebied,
grootschalige veranderingen in neerslag, het zoutgehalte van de oceanen, windpatronen
en aspecten van extreem weer, waaronder droogte, hevige neerslag, hittegolven
en de intensiteit van tropische cyclonen. Veel van deze veranderingen grijpen
in op rivierafvoeren. In Nederland is sprake van wat meer en extremere neerslag.
In hoeverre de in de winter gemeten toenemende en in de zomer afnemende rivierafvoer
zijn toe te schrijven aan de temperatuurstijging is vooralsnog onzeker. In het
waterbeleid wordt gedeeltelijk al rekening gehouden met de huidige en toekomstige
klimaatverandering door geplande en deels uitgevoerde of in uitvoering zijnde
technische maatregelen (bijvoorbeeld dijkverhoging, uitbreiding van gemaalcapaciteit,
zandaanvulling aan de kust) en ruimtelijke maatregelen (bijvoorbeeld de inrichting
van bergingsgebieden en de maatregelen vastgelegd in de beleidsnota Ruimte
voor de Rivier). Verspreiding van planten-
en dierensoorten in Nederland Er zijn veel voorbeelden van planten en
dierensoorten die zich in de afgelopen jaren hebben verspreid over Nederland of
zich juist hebben teruggetrokken. Een voorbeeld is het in Nederland vestigen van
de gehakkelde Aurelia (figuur 1); een vlindersoort uit warme landen. Figuur
1: Voorkomen Gehakkelde Aurelia 1975-2000. Bron: Bresser et al. (2005)
Uiteraard
is de verspreiding van één soort slechts een zwakke aanwijzing voor
de respons van de natuur. Wel een goede maatstaf is om alle waargenomen veranderingen
bij elkaar te nemen en het algemene beeld daarvan te bekijken (IPCC, 2007). In
een Nederlandse studie is de verandering in de verspreiding van een grote groep
plantensoorten en korstmossen die gedijen bij een koud klimaat vergeleken met
die van warmteminnende soorten. Figuur 2 en figuur 3 laten zien dat
in de laatste tientallen jaren de warmteminnende soorten ons land binnenkomen
of zich verder uitbreiden, terwijl de koudeminnende soorten verdwijnen of voorkomen
in een kleiner verspreidingsgebied. Figuur
2: Korstmossen. Bron: Bresser et al. (2005).. Figuur
3: Verandering in areaal plantensoorten. Bron: Bresser et al. (2005)..
Meer
in het algemeen zijn de gevolgen voor de Nederlandse natuur: De winter
wordt milder en de lente begint vroeger. Op het land verhuizen planten en dieren
noordwaarts. Relaties in de voedselketen raken verstoord, doordat niet alle planten
en dieren hetzelfde reageren op het warmere (vroegere) voorjaar. Relaties
in de voedselketens in de Noordzee en de Waddenzee veranderen ook. Dit gebeurt
aan de basis, het plankton. Opwarming van het zeewater is waarschijnlijk één
van de oorzaken. De veranderingen, die hoger in de voedselketen worden waargenomen,
hangen mogelijk hiermee samen: lage reproductie van vissen, achteruitgang in vogels,
verhuizen van bruinvissen. Effecten op de economische
sectoren Economische effecten op de landbouw zijn nog niet aantoonbaar.
Wel zijn er signalen dat risicos op landbouwschade, door wateroverlast,
droogte en/ of insecten, kunnen toenemen De extreem droge zomer van 2003 leidde
tot omvangrijke schade in de landbouw. Effecten op andere economische sectoren
beperken zich momenteel tot een verhoging van de piekvraag naar water in droge
perioden, koelwaterproblemen bij de industriële sector en beperkingen voor
de scheepvaart bij lage rivierafvoeren. Hieronder volgt een samenvattende
tabel voor de gevolgen in Nederland. Tabel
1: Overzicht klimaatontwikkelingen en effecten in Nederland. Bron: Bresser
et al. (2005).Wereldwijde gevolgen volgens IPCC Niet
alleen in Nederland, maar wereldwijd heeft klimaatverandering in de vorige eeuw
gevolgen gehad voor de natuur. Ruim 95% van waargenomen veranderingen in gedrag
en vóórkomen van planten en dieren in allerlei gebieden van de wereld
zijn consistent met de verwachte reacties op klimaatverandering. Het recent gepubliceerde
rapport van werkgroep II van het IPCC (IPCC, 2007) heeft de waargenomen gevolgen
op een rijtje gezet (tabel 2). De waargenomen gevolgen worden hieronder in twee
categorieën, weergegeven. Effecten op natuurlijke
systemen De door mensen veroorzaakte opwarming heeft wereldwijd in de
afgelopen drie decennia een waarneembaar effect op veel fysische en biologische
systemen veroorzaakt. Regionale klimaatveranderingen, in het bijzonder temperatuurveranderingen,
beïnvloeden veel natuurlijke systemen: De natuur laat consistente
reacties zien op de opwarming, onder meer de verplaatsing van flora en fauna naar
hoger gelegen gebieden en richting de polen. De reacties van vegetatie op het
noordelijk halfrond zijn op te maken uit goed gedocumenteerde veranderingen in
de timing van groeifases, de zogenaamde fenologische veranderingen. Deze veranderingen
zijn in het bijzonder vervroeging van de lente, migratie en verlenging van het
groeiseizoen. Veranderingen in verspreiding van bepaalde soorten, waaronder het
lokaal verdwijnen van enkele soorten en veranderingen in samenstelling van ecosystemen
in de laatste decennia, worden toegeschreven aan klimaatverandering.
Er zijn verplaatsingen waargenomen van verspreidingsgebieden van algen, plankton
en vissen in oceanen op hoge breedtegraden richting de polen. Plankton heeft zich
bijvoorbeeld in vier decennia ongeveer 10 breedtegraden (ca. 1000 km) richting
de polen verplaatst. Er is steeds meer bewijs voor de negatieve invloed
van klimaatverandering op koraalriffen. Het is echter moeilijk de effecten van
klimaat te onderscheiden van andere zaken die schade aan koraalriffen veroorzaken,
zoals overbevissing en vervuiling. De toegenomen CO2 concentraties in
de atmosfeer leiden tevens tot verzuring van de oceanen. Waargenomen effecten,
van recente verzuring van de oceaan op de biosfeer van de zeeën, zijn nog
niet veel gedocumenteerd. Een recente studie van Gazeau et al. (2007) beschrijft
echter wel enkele effecten. De opwarming van meren en rivieren beïnvloedt
dichtheid zowel als productiviteit van een soort, samenstelling van ecosystemen,
fenologie en verspreiding, evenals migratie van zoetwater soorten. Effecten
op menselijke systemen Effecten van regionale temperatuurstijgingen
op sommige beheerde en menselijke systemen beginnen duidelijk te worden. De effecten
op menselijke systemen zijn moeilijker te onderscheiden dan die op natuurlijke
systemen, door aanpassingen en door niet-klimatologische factoren. Een goed voorbeeld
is de landbouwsector. De economische effecten van verandering van fysieke opbrengsten
hangen mede af van marktprijsontwikkelingen. Die staan zelf weer onder invloed
van de gevolgen van klimaatverandering buiten Nederland en van de wereldmarkt.
Belangrijk is de constatering dat de landbouw, behalve van natuurlijke omstandigheden
(m.n. klimaat, bodemgesteldheid, plagen), ook sterk afhankelijk is van de keuzen
die de ondernemer zelf maakt (bijv. gewas- en raskeuze, managementbeslissingen)
en van landbouweconomische aspecten (kosten, prijs, subsidies, wereldhandel).
Het gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid en nationale ontwikkelingen (ruimtelijke
ordening, water-, natuur- en milieubeleid) zijn bijvoorbeeld mede bepalend voor
de uiteindelijke omvang van de economische effecten voor de sector.
De opwarming van recente jaren heeft, vergeleken met andere factoren, maar een
beperkte invloed op landbouw en bosbouw. In grote delen op het noordelijk halfrond
is voor deze sectoren echter wel een fenologische verandering te zien. Dit heeft
op hogere breedtegraden geleid tot beperkte aanpassingen in gewasbeheer, zoals
het vroeger in het voorjaar aanplanten. Tevens heeft de verlenging van het groeiseizoen
in vele regios bijgedragen aan een waargenomen toename in bosproductiviteit.
Warmere en drogere condities zijn daarentegen deels verantwoordelijk voor afgenomen
bosproductiviteit en toegenomen bosbranden in Noord-Amerika en het Middellandse
zeegebied. Zowel landbouw als bosbouw heeft zich kwetsbaar getoond voor recente
trends in hittegolven, droogtes en overstromingen. De toename in extreem
hoge temperaturen wordt in verband gebracht met hogere sterftecijfers in Europa
en Azië, hoewel er weinig onderzoek is gedaan naar het verband tussen waargenomen
gezondheidseffecten en opwarming. Er zijn sterke aanwijzingen voor veranderingen
in de verspreiding van sommige menselijke (en dierlijke) ziektedragers in delen
van Europa en Afrika. Tevens begint de seizoensproductie van pollen op midden
en hoge breedtegraden op het noordelijk halfrond vroeger en de productie neemt
toe. Er zijn voorbeelden van aanpassing aan waargenomen en verwachte klimaatverandering,
maar dit gebeurt op beperkte schaal.
| Klimaat-gedreven fenomenen |
Bewijs voor huidig invloed / kwetsbaarheid |
| Veranderingen in extremen |
| Tropische cyclonen, stormen
|
Slachtoffers en schade door overstroming en wind; economisch verlies; transport,
tourisme, infrastructuur, verzekeringen | |
Extreme regenval Buiten oevers treden van rivieren |
Erosie, aardverschuivingen; overstromingen; nederzettingen; transportsystemen;
infrastructuur | | Hitte-
of koudegolven | Effecten op menselijke
gezondheid; maatschappelijke stabiliteit; vraag naar energie, water en andere
dienste (b.v. water of voedselopslag), infrastructuur (b.v. energietransport |
| Droogte |
Beschikbaarheid van water; levensonderhoud; opwekking van energie; migratie;
transport via waterwegen | | Veranderingen
in gemiddelden | | Temperatuur |
Vraag naar en prijs van energie; stedelijke luchtkwaliteit; ontdooien van
permafrost grond; tourisme en recreatie; consumptie; levensonderhoud; verlies
van smeltwater | | Neerslag |
Levensonderhoud; verzilting; tourisme; waterinfrastructuur; energievoorziening |
| Zeespiegelstijging |
Gebruik van kustgebieden; risico van overstroming; waterinfrastructuur | Tabel
2: Door IPCC verzamelde gegevens over gevolgen voor de mens. Alleen gegevens over
huidige waargenomen veranderingen zijn hier overgenomen. Bron: IPCC, TS (2007).
Referenties: Bresser,
A.H.M., M.M. Berk, G.J. van den Born, L. van Bree, F.W. van Gaalen, W. Ligtvoet,
J.G. van Minnen, M.C.H. Witmer, B. Amelung, M.M.T.E. Huynen, L. Bolwidt, W. ten
Brinke, H. Buiteveld, D. Dillingh, R. van Dorland, R. Leemans, A. van Strien,
J. Vermaat, J. Veraart A.H.M. Bresser, M.M. Berk (eds), Effecten van klimaatverandering
in Nederland, Rapportnr. 773001034, MNP Bilthoven, 2005.
Intergovernmental
Panel on Climate Change (IPCC), Fourth Assessment Report, Working Group II, Climate
Change 2007.
Intergovernmental
Panel on Climate Change (IPCC), Fourth Assessment Report, Climate Change 2007,
Working Group II, Technical Summary (TS), Tabel TS-1.
| |
Links |