|
Klimaat
Veelgestelde vragen
Gevolgen
Antarctica en Groenland
verliezen ijs en dat gaat steeds sneller. Een studie van Rignot et. al. (2011)
toont aan dat de smeltsnelheid van het ijs in de afgelopen 18 jaar ieder jaar
met gemiddeld 36 gigaton (36.000.000.000 kilo) is toegenomen. Inmiddels is het
ijsverlies meer dan 500 gigaton per jaar. Dit komt overeen met 1,4 millimeter
mondiale zeespiegelstijging per jaar.De manier waarop het ijsverlies vorm krijgt,
verschilt per pool. Antarctica Antarctica
bevat ongeveer 95 procent van al het ijs op aarde. Hier blijft, behalve op het
Antarctisch schiereiland, de temperatuur onder nul en smelt het ijs nauwelijks.
Wel kalven er stukken ijs af aan de randen. Deze ijsbergen drijven vervolgens
naar het noorden, waar ze ontdooien. De west Antarctische ijskap verliest
momenteel ijs op een aanzienlijke schaal. Op het Antarctische schiereiland hebben
wetenschappers gletsjersmelten, terugtrekken van gletsjers en het versnellen van
gletsjers geconstateerd . Er is weinig bewijs dat de hoeveelheid ijs op Oost Antarctica
afneemt. Katsman
et. al. (2011) hebben twee scenarios opgesteld voor de bijdrage van
het Arctische ijsverlies aan de zeespiegelstijging. Het gematigde scenario is
gebaseerd op de voortzetting van recent waargenomen veranderingen. In dit scenario
zorgt de Antarctische ijskap in het jaar 2100 voor een zeespiegelverandering die
ligt tussen een zeespiegeldaling van 1 centimeter en een stijging van 7 centimeter.
In het extreme scenario is het uiteenvallen van verschillende gebieden van
de West-Antarctische ijskap opgenomen. In theorie kan dit gebeuren op plekken
waar de bodem naar beneden helt richting het centrum van de ijskap. Wanneer daar
de gletsjertongen zich terugtrekken zal de ijskap instabiel worden en meer en
meer massa verliezen. In dit scenario zorgt het smelten van de Antarctische ijskap
voor 49 centimeter zeespiegelstijging in het jaar 2100. Groenland Groenland
is gevoeliger voor temperatuurverandering dan Antarctica. De dikte van het ijs
op centraal Groenland is in de periode van 1993 tot 2003 toegenomen door een toename
van de hoeveelheid neerslag (Johannessen et al 2005). Maar dit wordt tenietgedaan
door een toename van het smelten in de kustgebieden. Hierdoor is de hoeveelheid
ijs op Groenland netto afgenomen (Shepherd
en Wingham, 2007). Er zijn belangrijke processen die het risico vergroten
dat de ijskap van Groenland versneld afsmelt. Zo komt een belangrijk deel
van de energie die zorgt dat het Groenlandse ijs smelt, van geabsorbeerde zonnestraling.
Het smelten van sneeuw verlaagt de reflectie van het zonlicht aanzienlijk, waardoor
meer zonnestraling wordt geabsorbeerd en de smelt opnieuw toeneemt. Bovendien
vindt er versnelde ijsstroming plaats, doordat het ijs sneller over de rotsbodem
glijdt. Gletsjerspleten die worden opengehouden door smeltwater, kunnen dit water
van de bovenkant naar de onderkant van de ijskap brengen. Hierdoor wordt de onderkant
gesmeerd en versnelt de ijsstroming. Doordat er meer ijs wordt afgevoerd
dan aangevoerd, daalt het gletsjeroppervlak. Dit proces kan een groot gedeelte
van de ijskap beïnvloeden. Volgens een extreme schatting van Katsman
et al (2011) ligt de bijdrage van de Groenlandse ijskap aan de zeespiegelstijging
in 2100 tussen de 13 en 22 centimeter. Toekomst Als
de toename die werd gemeten door Rignot et. al. doorzet, kan het smeltwater van
de ijskappen zorgen voor een wereldwijde zeespiegelstijging van 15 centimeter
vóór het jaar 2050. Volgens veel studies komt daar een vergelijkbare
stijging bij, die het gevolg is van het smelten van berggletsjers en het uitzetten
van zeewater door opwarming. In 2007 voorspelde het IPCC nog een maximum van
59 centimeter voor de totale zeespiegelstijging in het jaar 2100. Daar werd toen
wel bij opgemerkt dat dit waarschijnlijk een onderschatting was. De reden hiervoor
was dat er toen nog onvoldoende begrip was van de processen in het poolijs om
betrouwbare schattingen te maken. Zo is het onduidelijk of de recente
toename van de afkalving aan de randen van de Groenlandse en de West-Antarctische
ijskap doorzet in de 21e eeuw. Als dit gebeurt, stijgt de zeespiegel met nog 10
tot 20 centimeter extra. We kunnen nog niet inschatten hoe groot de kans is dat
de trend inderdaad doorzet, stelt het IPCC. Sinds het IPCC haar rapport
in 2007 uitbracht, zijn de verwachtingen van de zeespiegelstijging naar boven
toe bijgesteld. De afgelopen jaren hebben verschillende onderzoeksgroepen geconcludeerd
dat een stijging tussen de één en twee meter in 2100 mogelijk zou
kunnen zijn. Dit zou enorme consequenties hebben voor eilanden en landen met lange,
lage kustlijnen die bovendien niet de middelen hebben om zich te beschermen. Een
voorbeeld hiervan is Bangladesh. Anderzijds zijn er ook processen die de
versnelling van de stijging van de zeespiegel zouden kunnen afremmen. Zo komt
het versnelde smelten van het ijs op Groenland op dit moment deels doordat de
tongen van de gletsjers in contact staan met het opwarmende oceaanwater. Als de
gletsjers zich steeds verder terugtrekken, gaat dit contact verloren en zou het
afsmelten kunnen worden vertraagd. Gevolgen voor
Nederland Het smelten van de ijskap van Antarctica heeft voor Nederland
grotere gevolgen dan het smelten van de Groenlandse ijskap. Dit wordt bevestigd
door een studie naar regionale verschillen in de zeespiegelstijging van Slangen
et.al. (2011). Als Antarctica zoveel ijs verliest dat de zeespiegel
gemiddeld een meter stijgt, levert dat voor onze kust een stijging van 120 centimeter
op. Als de ijskap van Groenland evenveel ijs verliest, dan stijgt het oppervlak
van de Noordzee met 40 centimeter. De verklaring hiervoor is dat het
water door de zwaartekracht naar de ijsmassa toegetrokken wordt. Hierdoor is het
zeeniveau relatief hoog in de buurt van een ijskap. Als een deel van het ijs verdwijnt,
dan verdwijnt ook een deel van de aantrekkende werking op het zeewater. Dit betekent
dat er in het gebied dichtbij de ijskap een zeespiegeldaling plaatsvindt.Ver van
de ijskap is de stijging juist groter dan gemiddeld. Het zeeoppervlak dus is
niet glad als een spiegel, maar een heuvellandschap met hoogteverschillen tot
honderd meter. De belangrijkste oorzaak van lokale verschillen in zeeniveau zijn
variaties in het zwaartekrachtsveld van de aarde. Waar het zwaartekrachtsveld
sterker dan gemiddeld is, is het zeeniveau hoog en omgekeerd. Daarnaast zorgen
oceaanstromingen voor hoogteverschillen. Bij sterke stromingen kan het hoogteverschil
oplopen tot een paar meter. Laatste update: 11 oktober 2011
Meer lezen: Zeespiegelveranderingen
in de 21 eeuw (KNMI) Zeespiegelstijging
Referenties: Intergovernmental
Panel on Climate Change (IPCC), Third Assessment Report, Working Group I (WG I):
The Scientific Basis, Climate Change 2001. Intergovernmental
Panel on Climate Change (IPCC), Fourth Assessment Report (AR4), Working Group
I (WG I): The Physical Science Basis of Climate Change, Climate Change 2007.
Katsman,
C.A., A. Sterl, J. J. Beersma, H. W. van den Brink, J. A. Church, W. Hazeleger,
R. E. Kopp, D. Kroon, J. Kwadijk, R. Lammersen, J. Lowe, M. Oppenheimer, H.-P.
Plag, J. Ridley, H. von Storch, D. G. Vaughan, P. Vellinga, L. L. A. Vermeersen,
R. S. W. van de Wal, R. Weisse (2011): Exploring high-end scenarios for local
sea level rise to develop flood protection strategies for a low-lying delta -
the Netherlands as an example. Climatic Change, doi:10.1007/s10584-011-0037-5.
Rignot,
E., I. Velicogna, M. R. van den Broeke, A. Monaghan, and J. Lenaerts (2011), Acceleration
of the contribution of the Greenland and Antarctic ice sheets to sea level rise,
Geophys. Res. Lett., 38, L05503, doi:10.1029/2011GL046583. Shepherd,
A; Wingham, D; Wallis, D; Giles, K; Laxon, S; Sundal, AV (2010) Recent loss of
floating ice and the consequent sea level contribution, GEOPHYS RES LETT, 37,
. doi:10.1029/2010GL042496 Slangen,
A.B.A., C.A. Katsman, R.S.W. van der Wal, L.L.A. Vermeersen en R.E.M. Riva, Towards
regional projections of twenty-first century sea-level change using IPCC SRES
scenarios Clim. Dyn., 2011, doi:10.1007/s00382-011-1057-6.
| |
|