Klimaat
Veelgestelde vragen
Oorzaken
Waterdamp
is het belangrijkste broeikasgas, omdat water in overvloed aanwezig is op aarde
en dus in relatief grote hoeveelheden voorkomt in de atmosfeer. Ongeveer tweederde
van het broeikaseffect komt op conto van waterdamp. Veranderingen in de waterdampconcentratie
worden bepaald door de andere factoren die de atmosfeer opwarmen of afkoelen.
Door de korte verblijftijd in de atmosfeer past het waterdampgehalte zich snel
aan wanneer de temperatuur verandert.
In het versterkte broeikaseffect
speelt de stijging van het CO2 gehalte een dominante rol. Door de temperatuurstijging,
die hiervan het gevolg is, neemt de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer toe.
Hierdoor stijgt de temperatuur extra. De klimaatonderzoekers behandelen waterdamp
daarom als versterkingsmechanisme voor andere factoren die de atmosfeer opwarmen
of afkoelen. De mens heeft geen directe invloed op de concentratie van waterdamp
in de atmosfeer.
Het aandeel van waterdamp en
CO2 in het broeikaseffect Als er geen broeikasgassen in de atmosfeer
zouden zijn, en alle andere factoren (zoals de weerkaatsing van zonlicht) hetzelfde
zouden blijven, dan zou het gemiddeld op aarde 33 graden Celsius kouder zijn.
Waterdamp neemt bijna twee derde van het natuurlijke broeikaseffect voor zijn
rekening en is daarmee het belangrijkste broeikasgas. CO2 heeft een aandeel van
ongeveer 7 graden Celsius. Dit aandeel wordt steeds groter doordat de concentratie
van CO2 in de atmosfeer stijgt. De concentratie van waterdamp in de atmosfeer
wordt vooral bepaald door de temperatuur en is daarmee de belangrijkste versterkende
factor van het antropogene broeikaseffect.
Broeikaseffect
van een gasHet broeikaseffect van een gas wordt grofweg bepaald door
drie factoren:
1. De hoeveelheid van het broeikasgas
2. De mate waarin
een broeikasgas infraroodstraling (warmtestraling) absorbeert
3. De verdeling van het broeikasgas met de hoogte in de atmosfeer
In
de atmosfeer bevindt zich in een kolom van 1 m2 ongeveer 6 kilo CO2. Dit is ongeveer
een kwart van de massa waterdamp. Per kilogram absorbeert waterdamp meer infraroodstraling
dan CO2. Hier staat tegenover dat waterdamp in de onderste lagen van de atmosfeer
geconcentreerd is, terwijl CO2 goed gemengd is.
Temperatuur bepaalt waterdampgehalte atmosfeer
Water is in overvloed
beschikbaar. Ongeveer 70% van het aardoppervlak bestaat uit oceanen, zeeën
en meren. Hieruit verdampt water en hogerop in de troposfeer condenseert een deel
van deze waterdamp tot wolkendruppeltjes. Op den duur komt dit water weer als
neerslag op aarde terecht. Gemiddeld over de aardbol is dit 1 meter neerslag per
jaar. De hoeveelheid water die lucht maximaal kan bevatten neemt ongeveer 7% toe
als de temperatuur 1 graad stijgt. In de metingen zien we een nagenoeg constante
relatieve vochtigheid van circa 77% boven grote wateroppervlakten (=de hoeveelheid
waterdamp in de lucht ten opzichte van de maximale hoeveelheid). De hoeveelheid
waterdamp in het klimaatsysteem wordt daarmee vooral gestuurd door de temperatuur:
een hogere temperatuur geeft een hoger gemiddeld waterdampgehalte in de atmosfeer
door de genoemde temperatuurafhankelijkheid van de waterdampspanning (ook wel
bekend als de wet van Clausius-Clapeyron).
Het klimaatsysteem reageert
heel snel qua vochtigheidgehalte op de temperatuurveranderingen omdat een watermolecuul
slechts ongeveer een week in de atmosfeer verblijft. De gemiddelde verblijftijd
van een CO2 molecuul is in de orde van 100 jaar. Het gevolg is dat wanneer er,
om wat voor reden dan ook, ineens veel méér waterdamp in de atmosfeer
wordt gebracht dan mogelijk is volgens de temperatuur, dit overschot binnen een
week weer verdwenen zal zijn door condensatie en vervolgens neerslag. Met andere
woorden: de concentratie van waterdamp is in balans met de temperatuur.
Waterdamp;
een versterkingsmechanisme
Waterdamp is een zeer belangrijk versterkingsmechanisme
bij temperatuurveranderingen. Als de temperatuur van de atmosfeer stijgt, bijvoorbeeld
doordat er extra CO2 (en andere broeikasgassen) in komen, dan komt er vanzelf
en op korte termijn extra waterdamp in de atmosfeer, omdat een warmere atmosfeer
meer waterdamp kan bevatten. Door de extra broeikaswerking gaat de temperatuur
vervolgens nóg wat meer omhoog. Hierdoor kan er weer meer waterdamp in
de atmosfeer worden vastgehouden, totdat er uiteindelijk een nieuw evenwicht ontstaat
waarbij aan de top van de atmosfeer net zo veel straling binnenkomt als er uit
gaat. Als de temperatuur van de atmosfeer afneemt, bijvoorbeeld door de terugkaatsing
van zonlicht door vulkaanstof, dan zal er in die koelere atmosfeer waterdamp condenseren.
Daardoor vermindert de concentratie van waterdamp en dus het broeikaseffect van
de waterdamp: de atmosfeer koelt wat verder af. Waterdamp werkt dus als een versterkingsmechanisme
voor andere effecten die de atmosfeer koelen of opwarmen en de concentratie van
waterdamp in de atmosfeer kan niet onafhankelijk vergroot of verkleind worden.
Als voorbeeld een rekensom: een verdubbeling van CO2 geeft zonder verandering
van het waterdampgehalte (en zonder allerlei andere veranderingen zoals het slinken
van de ijsbedekking en verandering van wolkeneigenschappen) een wereldgemiddelde
temperatuurstijging van 1,2 graad. Rekening houdend met de extra waterdamp in
de atmosfeer als gevolg van de temperatuurstijging, de waterdampterugkoppeling,
is de temperatuurstijging circa 2 graden, dus 1,7 maal zoveel.
Laatste
update: 28 juni 2011
Referenties:
Intergovernmental
Panel on Climate Change (IPCC), The Physical Science Basis of Climate Change,
Contribution of Working Group I to the Fourth Assessment Report, S. Solomon, D.
Qin and M. Manning, Cambridge University Press, pp. 1-996, 2007.
Van
Dorland, R., Radiation and Climate: from radiative transfer modelling to global
temperature response, Ph.D. Thesis, ISBN 90-646-4032-7, 1999. (deel 1, deel 2,
deel 3, deel 4, deel 5, deel 6)