Klimaat
Veelgestelde vragen
Oorzaken
Onze energieopwekking, het verkeer, de industrie en
de landbouw zorgen voor luchtverontreiniging. Er komen elke dag grote hoeveelheden
gassen en aërosolen (stofdeeltjes) in de atmosfeer terecht. Dit heeft niet
alleen gevolgen voor de kwaliteit van onze lucht, maar ook voor het klimaat. Andersom
heeft klimaatverandering invloed op de verontreiniging in onze lucht.
De
atmosfeer is maar een zeer dunne laag rondom het aardoppervlak en is kwetsbaar
voor de verontreiniging (zie figuur 1). Ogenschijnlijk kleine veranderingen in
de chemische samenstelling van de atmosfeer kunnen ingrijpende gevolgen hebben
voor onze gezondheid, de natuurlijke omgeving en het klimaat. Relatief lage concentraties
van sommige gassen (ozon) en deeltjes (fijn stof) blijken zeer ongezond voor de
mens.
Figuur
1: De atmosfeer die de aarde omringt is te vergelijken met de dunne schil van
een appel.Luchtverontreiniging is al lang bekend als lokaal probleem.
Geleidelijk heeft het zich ontwikkeld tot een regionaal en uiteindelijk wereldomvattend
probleem. Dit komt ondermeer door de snelle economische ontwikkelingen in Azië.
Verstedelijking en bevolkingsdruk nemen wereldwijd in rap tempo toe,
waardoor steeds meer mensen te maken hebben met ernstige luchtverontreiniging.
De verontreiniging op één plek is een optelsom van lokale uitstoot
en met de wind meegevoerde vervuiling van elders minus de door de wind afgevoerde
vervuiling (zie figuur 2).
Luchtvervuilende stoffen blijven veel korter
in de atmosfeer dan de meeste broeikasgassen. Hierdoor verschillen hun concentraties
sterk van regio tot regio.
 |
Figuur
2:. Op 2 mei 2006 hangt er een bruine mist van aerosolen boven Spitsbergen (foto
links). Op 8 mei 2006 is de mist weer verdwenen (foto rechts). Het Noordpoolgebied
wordt elk jaar minstens één keer getroffen door grote wolken van
vervuiling, afkomstig uit Europa, Azië of Noord-Amerika. Een voorbeeld van
grootschalige luchtvervuiling met waarneembare gevolgen voor het Arctische gebied.
Fotos: Jürgen Gräser, Alfred Wegener Instituut (AWI), Duitsland.1)
Invloed luchtvervuiling op klimaatverandering
De invloed van luchtverontreiniging
op het klimaat is grotendeels beperkt tot het noordelijk halfrond. Hier wordt
het merendeel van de luchtverontreiniging veroorzaakt. De groei van de vervuiling
zit echter in de tropen; daar is de bevolkingsgroei en de economische groei het
grootst.
De belangrijkste luchtverontreiniging bestaat uit ozon en aërosolen.
Ozon
Er is een verschil tussen de
werking van ozon in de onderste luchtlaag en ozon tussen de 10 en 40 kilometer
hoogte (de
ozonlaag), zowel in termen van chemie als de
invloed op het klimaat.
In de onderste luchtlaag ontstaat ozon uit
een reactie van stikstofoxiden met UV-straling van de zon. Het verkeer is de
belangrijkste bron van stikstofoxiden. In mei 2002 zorgde het verkeer voor
meer dan 65% van de stikstofuitstoot in Nederland. De industrie- en de energiesector
zijn andere belangrijke bronnen.
Verontreiniging door ozon heeft zijn
weerslag op oogsten, natuurlijke begroeiing. Hierdoor verstoort het de opname
van CO2 uit de lucht in de biosfeer en groeien planten en gewassen minder hard.
Bladeren worden door ozon aangetast (zie figuur 3 rechts). Ook de menselijke gezondheid
leidt onder ozon, zo veroorzaakt het luchtwegklachten.
Ozon in de onderste
luchtlaag neemt de afgelopen jaren toe: gemiddeld over de hele wereld is de hoeveelheid
ozon op aarde sinds de industriële revolutie (eind 19e eeuw) met 30% toegenomen.
Bijna de helft van die toename vond plaats in de afgelopen twintig jaar. De toename
van ozon in de troposfeer versterkt het broeikaseffect.
Op grote hoogte,
tussen 10 en 40 kilometer, bevindt zich het grootste deel, zon 90%, van
de ozon. Deze ozonlaag beschermt het leven op aarde tegen schadelijke ultraviolet
zonlicht (UV). De ozonlaag hoog in de atmosfeer wordt afgebroken door chloorhoudende
gassen, zoals CFK's (chloorfluorkoolstoffen), die de mens in de atmosfeer heeft
gebracht . Zo ontstaat ieder jaar in september en oktober het ozongat boven de
zuidpool, waarbij soms de helft van de ozonlaag wordt afgebroken. Ook het noordelijk
halfrond vindt ozonafbraak plaats, maar in beduidend mindere mate. De dunner wordende
ozonlaag zorgt voor een verminderde broeikaswerking.
CFKs zijn
net als het ozon zelf - broeikasgassen.
Figuur
3: Ozon: ongezond, schadelijk, en broeikasgas, maar ook een beschermer. De figuur
links laat zien dat ozon (O3) tot nu toe voor 12 % bijdraagt aan de stralingsforcering
en dus aan het versterkte broeikaseffect. De rechter foto toont een door contact
met ozon aangetast blad. Het blad is hierdoor veel minder goed in staat om CO2
op te nemen (Sitch et al, 2007). Foto: David Karnosky
Aërosolen
Een ander belangrijk deel van de
luchtverontreiniging is toe te schrijven aan aërosolen. Dit zijn stofdeeltjes
in de atmosfeer die bijvoorbeeld vrijkomen bij verbranding van fossiele brandstoffen
en hout. Sommige aërosolen, zoals roet, worden uitgestoten, andere aërosolen
worden in de lucht gevormd uit gassen.
Zo ontstaan sulfaataërosolen uit
zwavelhoudende gassen, die bijvoorbeeld vrijkomen bij de verbranding van steenkool.
Sinds de jaren 80 neemt de hoeveelheid sulfaataërosolen in de atmosfeer
af. Dit komt door maatregelen die genomen zijn om de zure regenproblematiek tegen
te gaan. Andere aërosolen nemen juist in concentratie toe.
Aërosolen
zijn schadelijk voor de gezondheid, vooral de kleinste deeltjes (fijn stof).
Fijn stof komt bij inademing op verschillende plaatsen in de luchtwegen en longen
terecht. Op grond van epidemiologische
studies wordt geschat dat in Nederland jaarlijks zon 1.700 tot 3.000
mensen vroegtijdig overlijden door het inademen van fijn stof. Belangrijke bronnen
van fijn stof zijn transport, industrie en landbouw.
Wit en zwart
De
invloed van aërosolen op het klimaat is complex. Sommige aërosolen (zoals
sulfaataërosolen) hebben een koelende werking, doordat zij het zonlicht reflecteren
(zogenaamd witte aërosolen).
Zwarte aërosolen hebben
een opwarmende werking. Dit komt doordat ze het zonlicht absorberen en de lucht
opwarmen. Zo zorgen de bruine wolken boven Azië die het gevolg zijn van houtvuren,
voor opwarming van het klimaat (Ramanathan et al., 2007).
Daarnaast beïnvloeden
aërosolen de vorming, druppelgrootte en levensduur van wolken. Dit is erg
belangrijk, want de mate van bewolking is sterk bepalend voor de temperatuur op
aarde.
Er is een onderscheid tussen aërosolen die een wateraantrekkende
of een waterafstotende werking hebben. Wateraantrekkende aërosolen veroorzaken
kleine wolkendruppels. Het gevolg is dat wolken witter worden en een langere levensduur
hebben. Dit heeft een afkoelend effect op het klimaat.
Dit indirecte effect
van aërosolen zorgt voor veel onzekerheden omtrent toekomstige klimaatverandering.
Dit komt doordat wolkenvorming op zeer kleine ruimtelijke schaal plaatsvindt,
waardoor de klimaatmodellen slecht in staat zijn om veranderingen hierin te modelleren.
Alles bij elkaar hebben aërosolen een netto afkoelend effect. Zij
maskeren daarmee voor een deel het versterkte broeikaseffect, al weten we niet
precies hoe veel.
2) Invloed klimaatverandering op luchtkwaliteit
Naast
de invloed van luchtvervuiling op het klimaat, zijn er ook mechanismen die ervoor
zorgen dat klimaatverandering een stempel drukt op de kwaliteit van de lucht:
Als het warmer wordt, zullen piekniveaus van vervuiling door smog
hoger worden. Hogere temperaturen en een hogere luchtvochtigheid leiden tot een
chemisch actievere atmosfeer. Hierdoor wordt ozon sneller gevormd en afgebroken.
Dit zorgt ervoor dat vervuiling korter in de atmosfeer blijft en dus dichter bij
de bron. Een kleiner aandeel van de vervuiling wordt verplaatst naar andere gebieden.
Daarnaast hebben veranderingen in neerslagpatronen en het windklimaat
invloed op de luchtkwaliteit. Als de wind in Nederland bijvoorbeeld vaker vanuit
het noorden zou gaan waaien, wordt de lucht schoner. Dit komt doordat de wind
dan vanaf zee komt. Als het vaker gaat regenen, verbetert de luchtkwaliteit doordat
regen ervoor zorgt dat smog uit de lucht verdwijnt.
Door hitte en verdroging
in sommige gebieden als gevolg van klimaatverandering kan het aantal bosbranden
en stofstormen toenemen. Hierdoor verslechtert de luchtkwaliteit juist.
Beleid
Klimaatbeleid
en luchtkwaliteitsbeleid zijn nauw met elkaar verbonden. Vervuiling van de lucht
met aërosolen zorgt voor afkoeling, dus zorgt een schoonmaak van de atmosfeer
voor extra opwarming. Toch weegt het verbeteren van de luchtkwaliteit voor beleidsmakers
zwaarder dan de opwarming die hiervan het gevolg is. Schone lucht is immers belangrijk
voor de volksgezondheid.
Toekomstige keuzes op het gebied van luchtkwaliteit
zullen het toekomstige klimaat mede bepalen.
Laatste update: 23 september
2011
Meer lezen:
KNMI
over ozon en klimaat
Dossier
ozon RIVM