Klimaat
Veelgestelde vragen
Overig
In de Middeleeuwen hebben we ook een relatief warme
periode gekend. Vanaf het jaar 950 tot 1100 was het gemiddeld op het noordelijk
halfrond waarschijnlijk warmer dan in de rest van het vorige millennium tot aan
het begin van de Industriële Revolutie rond 1850. We weten steeds
meer over de temperatuurontwikkeling in het afgelopen millennium, ook al is er
nog veel onbekend. De informatie die we hebben komt van boomringen, ijs dat door
de eeuwen heen gevormd is, koraal, historische documenten en afzettingen in zeeën,
meren en op land. Uit deze gegevens blijkt dat het in het begin van het
millennium warmer was dan in de tijd erna. Maar de temperaturen waren waarschijnlijk
niet zo hoog als vandaag de dag. 
Temperatuurtrends in het vorige millennium zoals deze
zijn weergegeven in verschillende studies. Bron: Climate research unit, information
sheet.
Uit een artikel in het wetenschappelijke
tijdschrift Science uit 2009 blijkt bovendien dat de opwarming in de Middeleeuwen
geen mondiaal fenomeen was. Het was relatief warm boven grote delen van de Noord-Atlantische
oceaan, het zuiden van Groenland, het deel van de Noordelijke IJszee dat boven
het Eurazië ligt en delen van Noord-Amerika. In centraal Eurazië, het
noordwesten van Noord-Amerika en boven het zuiden van de Atlantische Oceaan liepen
de temperaturen waarschijnlijk minder op. Variaties in de temperatuur
door de eeuwen heen kunnen verschillende oorzaken hebben: Veranderingen
in de kracht van de zon. Als de zon actief is, bereikt er meer straling de aarde.
Dit kan zorgen voor een temperatuurstijging van 0,2 (maximaal 0,4) graden Celsius
ten opzichte van een langdurig sterk minimum in zonneactiviteit. Veranderingen
in het aantal en de kracht van vulkanische uitbarstingen. De witte aërosolen
(stofdeeltjes) die tijdens een vulkaanuitbarsting vrijkomen in de atmosfeer, weerkaatsen
het zonlicht terug de ruimte in. Dit zorgt voor een tijdelijke afkoeling die één
tot twee jaar duurt. Het uitblijven van vulkaanuitbarstingen draagt dus bij aan
de relatieve opwarming in een bepaalde periode. - Veranderingen in
de samenstelling van de atmosfeer die veroorzaakt worden door menselijke activiteiten
(toename in de concentratie van broeikasgassen en aërosolen)
Variatie
in de activiteit van de zon en vulkaanuitbarstingen kunnen de temperatuurschommelingen
tot het jaar 1850 redelijk goed verklaren. In het onderstaande figuur zien we
dat de zon in de warme periode tijdens de Middeleeuwen (rond 1100) relatief actief
was en dat er in deze tijd relatief weinig vulkaanuitbarstingen waren. 
Vulkanische
activiteit (a), kracht van de zon (b), andere factoren die invloed hebben op temperatuur
(waaronder broeikasgassen, c) en temperatuurreconstructies (d) door de eeuwen.
Bron IPCC, 2007.De temperatuurstijging in de 20e eeuw kan alleen goed
verklaard worden als ook met de toename van broeikasgassen door menselijke activiteit
rekening gehouden wordt. De CO2-concentratie in de lucht is in geen 800.000 jaar
zo hoog geweest als nu. Dit komt door verbranding van olie, gas, kolen en ontbossing.
De gemiddelde wereldtemperatuur is gestegen met ongeveer 0,8 graad Celsius sinds
het begin van de industriële revolutie. In Noordwest-Europa (waaronder Nederland)
gaat het om 1,5 graad. Meer lezen: Climate
Research Unit, information sheet SkepticalScience
over warmte poeriode in Middeleeuwen Figuren
Werkgroep 1, hoofdstuk 6 IPCC 2007 Artikel in Science van M. Mann |