Klimaat
Veelgestelde vragen
Overig
Er
zijn harde bewijzen dat de CO2-concentratie in de lucht in geen 800.000 jaar zo
hoog is geweest als nu. Die toename van de CO2-concentratie is afkomstig van verbranding
van olie, gas, kolen en ontbossing. Het staat vast dat CO2 in de atmosfeer ervoor
zorgt dat de aarde opwarmt. Ook is het zeker dat de gemiddelde wereldtemperatuur
is gestegen met ongeveer 0,8 graad Celsius sinds het begin van de industriële
revolutie. En in Noordwest-Europa (waaronder Nederland) met 1,5 graad. De zeespiegel
is gestegen en de meeste gletsjers slinken.
Bijna
zeker De opwarming van de aarde is het gevolg van een optelsom van
invloeden: de broeikasgassen, de zon, de vulkanen en natuurlijke schommelingen
binnen het klimaatsysteem (met name veroorzaakt door oceanen). Het is zeer waarschijnlijk
(meer dan 90 procent kans) dat het grootste deel van de opwarming van de aarde
in de laatste vijftig jaar is toe te schrijven aan door de mens uitgestoten broeikasgassen.
De afzwakking van de opwarming die we de afgelopen tien jaar zien, is zeer
waarschijnlijk het resultaat van variaties in oceaanstromingen, met mogelijk ook
een rol voor de verminderde activiteit van de zon. Over een langere periode bezien
blijft de gemiddelde temperatuur echter stijgen.
Niet
zeker We weten niet hoeveel warmer het in de toekomst precies zal worden
door verdere toename van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. Dit komt onder andere
doordat niet bekend is wat de exacte invloed is van wolken, waterdamp en stofdeeltjes.
Verder zijn natuurlijke variaties zoals veranderingen in oceaanstromingen en in
de intensiteit van de zonnestraling niet goed te voorspellen. De invloed van deze
variaties is echter niet zo groot.
Ook zijn de voorspelde effecten van
klimaatverandering lokaal en regionaal onzekerder dan de gemiddelde uitkomsten
voor de aarde als geheel. Dat maakt het lastiger om de effecten voor bijvoorbeeld
Nederland in te schatten.