Uitleg over

Koudegolf

Een koudegolf is een aaneengesloten periode in De Bilt van minstens vijf ijsdagen, waarvan drie dagen met strenge vorst.

Volgens de definitie van het KNMI is een koudegolf een aaneengesloten periode in De Bilt van minstens vijf ijsdagen (maximumtemperatuur lager dan 0,0 graden). Hiervan is op minstens drie dagen de minimumtemperatuur lager dan min 10,0 graden (strenge vorst).

Zoveel kou komt in ons land maar weinig voor. De laatste keer was in 2012. Van 30 januari tot en met 8 februari 2012 hadden we te maken met een koudegolf. Vooral op 7 februari was het snijdend koud. Lelystad meldde een extreem lage gevoelstemperatuur van min 28,6 graden. Zulke waarden zijn het in ons land laatst ervaren op 14 januari 1987.

Koudegolven in Nederland

Door de opwarming van het klimaat wordt extreme kou steeds zeldzamer maar het blijft wel mogelijk. Sinds 1901 telt De Bilt het aantal tijdvakken die als koudegolf gekwalificeerd zijn. De barre winter van 1963 leverde zelfs vier koudegolven op met een totale duur van 27 dagen. De langste koudegolf beleefde ons land in februari 1947 toen de felle kou drie weken aanhield.

Het aantal koude dagen neemt de laatste jaren af.
Het aantal koude dagen neemt de laatste jaren af.

Koudegolf 1942

De koudste periode van tien dagen sinds 1901 is de periode 18 tot 27 januari 1942 in De Bilt met een gemiddelde etmaaltemperatuur van min 11,3 graden. De extreme kouperiode begon al een week eerder. Vanaf 12 januari 1942 kwam de temperatuur in De Bilt vrijwel elke dag lager dan min 10 graden.

De laatste dagen van die koudegolf werden records gevestigd. Op 26 januari 1942 kwam het kwik in De Bilt niet hoger dan min 11,2 graden en de nacht die volgde koelde het af tot min 24,8 graden, de laagste standen ooit op het hoofdstation van het KNMI gemeten. 

Op 27 januari 1942 registreerde Winterswijk min 27,4 graden, de laagste temperatuur van de eeuw in ons land. Op veel plaatsen was het de koudste nacht van de eeuw met 20 tot 25 graden vorst. Een tramconducteur in Den Haag schrijft in zijn dagboek over de vele sneeuwstormen in deze winter met sneeuwduinen van twee meter hoogte.

Koudegolf 1956

De periode 15 tot 24 februari 1956 staat met een gemiddelde temperatuur van min 10,5 graden op de tweede plaats. Ook toen viel er veel sneeuw, op de Waddeneilanden meer dan een halve meter. In deze maand vroor het in De Bilt op zeventien dagen meer dan 10 graden en op acht dagen meer dan 15 graden met min 21,6 graden als minimum op 15 februari. Op 16 februari 1956 noteerde Uithuizermeeden min 26,8 graden, de op één na de laagste temperatuur in ruim honderd jaar.

Koudegolf 1929

De winter van 1929 leverde de op twee na ergste koudegolf. Van 11 tot 20 februari was de temperatuur in De Bilt gemiddeld min 9,7 graden. Een week lang vroor het hier elke dag zeer streng, meer dan 15 graden onder nul. In Winterswijk werd op 14 februari van dat jaar min 21,5 graden gemeten, maar ook Limburg deed deze keer mee met de kou. In Sittard voor het min 21,4 graden en in Gemert min 20,7 graden.

bekijk het overzicht van koudegolven in Nederland sinds 1901.

Meer uitleg over

  • Regendruppels in een sloot

    Regen

    Voor één regendruppel zijn miljoenen kleine wolkendruppeltjes nodig. Pas als de druppels groot genoeg zijn, vallen ze uit de wolk en regent het.
  • Wolkbreuk

    Wolkbreuk

    Een enorme plensbui, die in korte tijd een gebied of wijk onder water zet, wordt ook wel een wolkbreuk genoemd.
Niet gevonden wat u zocht? Alle uitleg over