Het meest onweersrijke gebied, waar het jaarlijks op 30 tot 34 dagen onweert, is een strook die zich uitstrekt van Antwerpen tot het Gooi (foto: Jannes Wiersema)
Uitleg over

Onweersdagen

In ons land onweert het jaarlijks op gemiddeld op 25 dagen.

Een onweersdag is een dag waarop ergens op een weerstation van het KNMI minstens één donderklap wordt gehoord. Jaarlijks loopt het aantal onweersdagen uiteen van 21 in het noordoosten van het land tot 34 boven het westen van Brabant.

Onweergebied

Het gebied waar het het vaakst onweerst, jaarlijks 30 tot 34 dagen, is een strook van Antwerpen tot het Gooi. In het binnenland neemt de onweersactiviteit sterk toe. 's Zomers komt bij het binnendringen van minder warme lucht vanuit zee, de buienvorming vaak pas landinwaarts goed op gang. In het najaar en in de winter ligt de piek juist vlak aan zee. Het relatief warme zeewater is dan een belangrijkste voedingsbron.

Aantal onweersdagen

Het aantal onweersdagen verschilt sterk van jaar tot jaar en maand tot maand. In 1929 onweerde het in De Bilt op 12 dagen. In 1957 onweerde het op 52 dagen. Sommige maanden alleen al tellen meer dan 10 onweersdagen.

In augustus 2006 onweerde het in De Bilt op 18 dagen. Gegevens over het aantal dagen met onweer zeggen echter weinig over de werkelijke activiteit. De ene onweersbui levert veel meer bliksems op dan de andere.

Het geluid van de donder legt in drie seconden een afstand van ongeveer 1 kilometer af. Als de donderklap binnen 10 seconden na de bliksem volgt is het onweer gevaarlijk dichtbij (foto: Jannes Wiersema)
Het geluid van de donder legt in drie seconden een afstand van ongeveer 1 kilometer af. Als de donderklap binnen 10 seconden na de bliksem volgt is het onweer gevaarlijk dichtbij (foto: Jannes Wiersema)

Bliksemmeetsystemen

Speciale apparatuur registreert tegenwoordig het aantal ontladingen. Ook het aantal inslagen en de plaats daarvan wordt vastgelegd. Dergelijke bliksemmeetsystemen bestaan nog niet zo lang. Er zijn nog geen lange meetreeksen beschikbaar. Uit de eerste gegevens blijkt dat de elektrische activiteit sterk varieert. Een enkele bui kan in korte tijd 10 tot 15 procent van de jaarsom aan ontladingen opleveren.

Aantal bliksemontladingen in De Bilt de laatste jaren
Aantal bliksemontladingen in De Bilt de laatste jaren
Bliksem en onweer in de nacht van 3 op 4 juli 2007 (Foto: Don Sanne)
Bliksem en onweer in de nacht van 3 op 4 juli 2007 (Foto: Don Sanne)
Gemiddeld aantal dagen met onweer Nederland (1971-2000)
Gemiddeld aantal dagen met onweer Nederland (1971-2000)

Seizoenen

Sommige maanden telden tweehonderdduizend ontladingen, andere nog geen zestig. Het zomerhalfjaar telt gemiddeld de meeste ontladingen en inslagen (zo'n 95 procent van het jaartotaal). De winter is de rustigste periode met de minste ontladingen.

Meer uitleg over

  • Ons land is ingedeeld in vier neerslagregimes met elk een eigen extreme waarden statistiek.

    Extreme neerslagkansen

    Overschrijdingskans is de kans dat ergens in ons land binnen een bepaalde tijd een hoeveelheid neerslag valt. Deze kans geeft aan hoe zeldzaam een gebeurtenis is.
  • Gustav Hellmann (1854 –1939), de bedenker van het koudegetal om de kou in het koude seizoen te kwantificeren

    Koudegetal

    Het koudegetal is een maatstaf voor de totale hoeveelheid kou in de koudste periode van het jaar (november tot en met maart).
Niet gevonden wat u zocht? Alle uitleg over