De windsnelheid wordt gemeten met een anemometer
Uitleg over

Windmetingen

De wind wordt gemeten op een mast met een anemometer. Dit instrument is in 1846 geïntroduceerd door de Ierse astronoom Thomas Romney Robinson (1792-1882).

Een anemometer is een ronddraaiend molentje met drie of vier halve bollen (cups) die met stangetjes aan een draaibare as zijn bevestigd. De halve bollen zijn van binnen hol. De wind oefent op de holle zijde meer kracht uit dan aan de bolle kant. Het molentje komt zo door de wind in beweging. De snelheid van de draaiende bollen, die in een elektrisch signaal wordt omgezet, is een maat voor de windsnelheid.

Locatie windmeters

De Wereld Meteorologische Organisatie scrhijft voor dat windmeters op weerstations geplaatst worden in een open terrein op een mast van tien meter hoogte. In een volgebouwd Nederland is het steeds moeilijker om geschikte meetlocaties te vinden. Om storende invloeden van gebouwen te beperken worden de meters soms hoger geplaatst. Met formules wordt de meting omgerekend naar tien meter hoogte, zodat de gegevens vergelijkbaar zijn. 

Automatische weerstations

In de loop der jaren is er veel veranderd aan het meetnet. Windgegevens uit de eerste helft van de twintigste eeuw zijn niet vergelijkbaar met die van een latere datum. Tegenwoordig geven automatische weerstations continu gegevens door over de wind. Zo kunnen we nauwkeurig volgen hoe hard het in ons land waait of heeft gewaaid. 

Windmeters zijn er in veel soorten en maten. Ook de windzak geeft een indicatie van de windrichting en -kracht (foto Jannes Wiersema)
Windmeters zijn er in veel soorten en maten. Ook de windzak geeft een indicatie van de windrichting en -kracht (foto Jannes Wiersema)

Bepalen gemiddelde wind

De gemiddelde windsnelheid wordt bepaald over periodes van tien minuten en opgegeven in meters per seconde, kilometers per uur of Beaufort. Spreekt het weerbericht over windkracht 8 (een stormachtige wind), dan is de verwachting dat de windsnelheid gemiddeld over tien minuten tussen 17,2 en 20,7 meter per seconde (62-74 kilometer per uur) ligt.

Bij elk van de dertien klassenummers volgens de schaal Beaufort hoort een gemiddelde, berekend over tien minuten. De scheepvaart werkt met knopen. Eén knoop komt overeen met 0,5144 meter per seconde, dus ongeveer een halve meter per seconde. De actuele meetgegevens die de weerrapporten melden zijn voorlopig. Achteraf worden alle gegevens geverifieerd en gevalideerd en soms gecorrigeerd.

Uurgemiddelden

Voor klimatologische statistieken en vergelijking van stormen wordt uitgegaan van uurgemiddelden. Klimatologen spreken van een zware storm wanneer de windsnelheid ergens boven land een uurgemiddelde haalt van windkracht 10. Windkracht 11 betekent een zeer zware storm en windkracht 12 een orkaan.

Meer uitleg over

  • Meteorologische meetinstrumenten. Dit is een afbeelding van een anemometer die windsnelheid meet.

    Meteorologische meetinstrumenten

    Om het weer en klimaatveranderingen te kunnen voorspellen, maakt het KNMI gebruik van verschillende soorten meteorologische meetinstrumenten.
  • Oplating van een radiosonde in De Bilt door Kees Smith van het KNMI. Rechts op de foto zien we de ballon met de parachute waarmee de sonde (het kastje links) uiteindelijk omlaag komt (foto KNMI)

    Weerballon of radiosonde

    Elke nacht om 00:00 uur (UT) wordt vanaf het waarneemterrein van het KNMI in De Bilt een weerballon opgelaten. Ze registreren gegevens van de bovenlucht.
Niet gevonden wat u zocht? Alle uitleg over